Brusselse rekenkunde

De regionale regeringen gaan niet vrijuit, maar het is de federale regering die de Europese tik voor de ontsporende begrotingen op haar vingers krijgt.

De begroting van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest voor 2020 gaat uit van een tekort van 740 miljoen euro. Tegenover de geplande uitgaven van 6,2 miljard euro staan maar 5,5 miljard euro inkomsten. Dat is een ferm gat. De Brusselse minister van Begroting Sven Gatz (Open VLD) spreekt nochtans van een begroting die structureel in evenwicht is. Maar dat is Brusselse rekenkunde. Hij laat de investeringsuitgaven - en die worden in het Hoofdstedelijk Gewest breed geïnterpreteerd - buiten zijn tabellen.

De Europese lezing van de Brusselse begroting zal wellicht anders zijn. Maar als de Brusselse begroting met de Europese regels botst, moet Europa zich maar aanpassen, vindt Gatz. Dat wordt een interessante krachtmeting. David die Goliath op de knieën dwingt?

Gatz heeft zijn argumenten klaar: ‘Europa wil dat meer wordt geïnvesteerd om de economische groei te onderstutten? Wij doen het.’ Hij gaat voorbij aan het feit dat Europa dat niet vraagt van overheden met krakkemikkige financiën. Nee, Brussel is niet de beste leerling van de Europese klas.

‘Ofwel investeren we, wat de economische groei bevordert. Ofwel worden we allemaal armer.’ Het is een sloganeske en economisch al te simplistische uitspraak die je niet meteen verwacht van een liberale toppoliticus. Maar in de Brusselse regering is Gatz de gegijzelde van de socialistische en groene meerderheid. Hij heeft zich naar hen te schikken.

De federale regering heeft geen instrumenten om Brussel in het begrotings gareel te houden.

In een federale staat waar de deelgebieden over enige economische en fiscale autonomie beschikken, moeten die in principe de vrijheid hebben eigen keuzes te maken. Maar ze moeten er ook de gevolgen van dragen. Wil Brussel een economisch reveil op gang brengen door te investeren met geld dat het niet heeft? Doe gerust. Maar als de gok verkeerd uitdraait, moet het gewest er ook mee leven dat de rentelasten op de hogere schuldenlast alle toekomstige begrotingen bezwaart, dat het moet snoeien in de uitgaven of de belastingen moet verhogen voor zijn burgers en bedrijven. Het is de verantwoordelijkheid van de Brusselse bestuurders.

In de gebrekkige Belgische staatsconstellatie is er altijd wel een manier om de factuur naar een ander door te schuiven. Naar Vlaanderen, naar de federale overheid. Als Brussel de begrotingsorthodoxie aan zijn laars lapt, is het de federale regering die door Europa op de vingers wordt getikt - wat vandaag zal gebeuren - en de federale regering die ter compensatie extra moet besparen. Want ze heeft geen instrumenten om Brussel in het begrotingsgareel te houden. En als één gewest ongestraft de budgettaire teugels kan vieren, wat belet dan de andere hetzelfde te doen? Wallonië, de Franstalige Gemeenschap, zelfs Vlaanderen gaan ook dat pad op.

Het is een van de drama’s van het land dat België heet. Niemand voelt zich nog verantwoordelijk voor het geheel. De regio’s schuiven de zwartepiet zonder scrupules door naar het federale niveau. Dat heeft zelf helemaal geen centen op overschot, integendeel. Het moet maar zien dat het een oplossing vindt. Verbaast het dan dat het vormen van een federale regering veel moeilijker is dan het vormen van regionale regeringen in Brussel, Wallonië en Vlaanderen?

Lees verder

Tijd Connect