Buitenlanders mogen sociale rechten meenemen in EU

(tijd) - Buitenlanders die legaal in de Europese Unie werken en wonen, behouden in andere EU-landen hun rechten op sociale zekerheid. De EU-ministers van Sociale Zaken raakten het daar gisteren over eens. Het behoud van die rechten geldt ook in Groot-Brittannië en Ierland. In Duitsland en Oostenrijk kunnen de rechten beperkt worden tot de houders van een permanente verblijfsvergunning.

EU-burgers die in een andere lidstaat gaan wonen of werken, behouden hun rechten op sociale zekerheid overal in de Unie. Dat EU-principe bestaat al sinds 1971. De ministers van Sociale Zaken van de EU willen dit principe uitbreiden tot alle buitenlanders die wonen en werken in de EU.

Nu zijn niet-EU-burgers enkel sociaal verzekerd in het EU-land waar ze wonen en werken. Wanneer een van de kinderen in een andere EU-lidstaat gaat studeren, vervalt de kinderbijslag. Of wanneer de buitenlander in een ander EU-land ziek wordt, heeft hij geen recht op terugbetaling.

In december, onder Belgisch EU-voorzitterschap, was er al een princiepsakkoord over de modernisering en verruiming van die oude EU-wetgeving van 1971. Het principe dat alle migranten dezelfde rechten moesten genieten op sociale zekerheid in de EU, was aanvaard.

Maar Duitsland en Oostenrijk gingen alsnog op de rem staan. Zij wilden die rechten op sociale zekerheid voorbehouden voor buitenlanders met een permanente verblijfsvergunning. De overige EU-landen verleenden hun gisteren die beperking.

Ook Groot-Brittannië en Ierland sloten zich aan bij het EU-akkoord. Hun deelname aan dit stukje EU-wetgeving is niet automatisch, vermits de wetgeving gebaseerd is op het vrij verkeer van personen en beide landen daarvoor een uitzondering kregen in het EU-verdrag van Amsterdam. Denemarken is het enige land dat buiten de EU-wetgeving voor behoud van sociale zekerheid voor migrerende werknemers blijft.

'Europa telt ongeveer 13 miljoen burgers uit derde landen die legaal wonen en werken in de lidstaten. Zij mogen geen tweederangsburgers blijven', zei het EU-commissielid voor Sociale Zaken, Anna Diamantopoulou. 'We creëren hiermee geen nieuwe rechten, wel de noodzakelijke begeleidende maatregelen voor een gemeenschappelijk immigratiebeleid', vervolgde ze.

De Belgische minister van Sociale Zaken, Frank Vandenbroucke, verdedigde, in de marge van een resolutie over mobiliteit en competentie, de Belgische sectorale fondsen voor de opleiding van werknemers. Die fondsen worden gestijfd door verplichte bijdragen van werkgevers en georganiseerd via sectorale CAO's.

Het EU-commissielid voor Concurrentiezaken, Mario Monti, valt die fondsen aan als onwettige staatssteun. Vandenbroucke vond bij zijn EU-collega's steun voor een verwijzing naar de geldigheid van de Belgische aanpak in de EU-resolutie. Maar daarmee zijn de bezwaren van Monti nog niet van de baan.

KV

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud