Redacteur Beleggen

In Amerika boomen Wall Street én Main Street voor één keer in tandem. In plaats van die prestatie te minimaliseren kunnen wij Europeanen daar het best lessen uit trekken.

In zijn State of the Union van 27 januari 2010 deed Barack Obama zijn duurste - en intussen grotendeels vergeten - belofte: ‘We zullen onze uitvoer over de komende vijf jaar verdubbelen, een toename die 2 miljoen Amerikaanse jobs zal ondersteunen.’

Het is en blijft een straffe belofte die de Amerikaanse president waarschijnlijk niet zal kunnen inlossen. Maar toch: over de voorbije twaalf maanden exporteerden de Verenigde Staten voor 2.334 miljard dollar naar de rest van de wereld. Dat is bijna 50 procent meer dan de 1.571 miljard dollar toen Obama zijn dure eed zwoer.

Hoe je het ook draait of keert, met het verrassend sterke herstel zet de Amerikaanse economie dit jaar alle doemdenkers een neus. Over het derde kwartaal groeide Amerika op jaarbasis met 5 procent, de beste prestatie in meer dan tien jaar. Het contrast met de eurozone, stilaan de wereldkampioen surplacen, en de alweer in een recessie getuimelde Japanse economie is frappant.

Dit jaar alleen al schiep de Amerikaanse economie met de langste expansie in tachtig jaar 2,6 miljoen jobs, de beste prestatie sinds 1999 en de nadagen van het gouden tijdperk-Clinton.

Amerika slaagt er keer op keer in ondernemersdromen als Tesla in jobcreërende miljardenbedrijven om te zetten

En terwijl Europeanen te midden van de eeuwige besparingsijver louter lippendienst bewijzen aan groei, illustreert Washington dat een scheut groei de beste manier is om de overheidsfinanciën recht te trekken. Dit jaar zal het Amerikaanse begrotingstekort waarschijnlijk onder de Maastrichtnorm van 3 procent zakken, tegenover een tekort van meer dan 10 procent in 2009. De kans bestaat zelfs dat Obama kan afzwaaien met een begrotingsoverschot.

Uiteraard zijn er redenen genoeg waarom wij Europeanen het Amerikaanse succesverhaal kunnen minimaliseren. Een groot deel van de banencreatie bestaat ongetwijfeld uit slechtbetaalde dienstenjobs, en de fors gedaalde werkloosheidsgraad is deels daaraan te danken dat miljoenen Amerikanen uit de jobstatistieken verdwenen zijn.

Maar dat belet niet dat we lessen kunnen trekken uit de flexibele Amerikaanse economie, die dit jaar nog maar eens haar weerbaarheid toont. Amerika slaagt er keer op keer in ondernemersdromen als Tesla in jobcreërende miljardenbedrijven om te zetten.

En terwijl wij in Europa behalve platgesubsidieerde zonnepanelen niet eens een energiebeleid die naam waardig hebben, kan je niet om de vaststelling heen dat de VS een concurrentieel voordeel van jewelste halen uit de schaliegasboom, hoe controversieel die ook is. Zoals een vermogensbeheerder met onverwoestbaar geloof in Wall Street het onlangs formuleerde: ‘Energie is in de Verenigde Staten nu drie keer goedkoper dan in Europa of Azië. De vraag waar je dan als energie-intensief bedrijf gaat investeren is snel beantwoord.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud