Redacteur Politiek

Voer geen extra belastingen in voor wie nu met een bedrijfswagen rijdt, maar bestrijd het fileprobleem. Om die reden zet de regering best door met ‘cash for cars’, ook al maakt de Raad van State bezwaren.

Soms zijn lelijke compromissen zo lelijk dat het niet eens lukt ze op een ordentelijke manier af te schaffen. Zo is het met de Belgische lonen. Eigenlijk zou het simpel moeten zijn voor een werknemer: je werkt. En in ruil krijg je geld waarmee je mag doen wat je wil. Je hebt het verdiend.

Alleen is het in België complexer dan dat. Op lonen worden hoge taksen betaald, waardoor naast een werkloosheidsval ook een promotieval is ontstaan. Wie een zwaardere job krijgt en daarvoor een bijbehorend hoger loon, houdt van die opslag netto soms weinig over. Het politieke antwoord op dat probleem was ooit de fiscaal vriendelijke maar vervuilende bedrijfswagen. Het systeem komt boven op de andere koterij, zoals de maaltijdcheques en ecocheques.

Deze legislatuur werden terechte pogingen ondernomen om die koterij af te breken. De afschaffing van de ecocheques strandde echter op gelobby én op de Raad van State. Ook plannen om de bedrijfswagens om te zetten in gewoon loon - ‘cash for cars’ - stoten nu op bezwaren bij de Raad van State. Ze adviseert de regering het voorstel voor ‘cash for cars’ ‘grondig te herzien.’

De Raad van State maakt in zijn advies één terecht punt, maar doet helaas ook twee dingen die ronduit ergerlijk zijn. Het terechte punt is dat er twee soorten loon dreigen te ontstaan. Er is het gewone, zwaar belaste loon. Maar voor wie een bedrijfswagen ruilt voor cash komt er een apart deeltje loon met iets minder zware belastingen. Juridisch bekeken is dat lastig.

Het ergerlijke is dat de Raad van State het grotere verhaal niet kan of mag schetsen. De situatie is als volgt: sommige werknemers hebben nu een salariswagen, anderen niet. Als we de bedrijfswagen ruilen voor cash, zijn er twee opties.

Maak van loon weer gewoon loon: geld dat je hebt verdiend en dus zelf mag sparen of spenderen.

Optie één: Wie een bedrijfswagen inruilt voor cash betaalt op dat loon voortaan weer de volle pot belastingen. Daardoor daalt het nettoloon. Zoiets is politiek niet verdedigbaar, gaat in tegen de taxshift en sneuvelt zelfs zo goed als zeker voor het Grondwettelijk Hof. Je kan niet van één groep werknemers, die toevallig met een wagen rijden, loon afnemen.

Blijft over: optie twee, het ‘cash for cars’-voorstel van de regering. Vervang de vervuilende wagen door cash, maar verander niets aan de belastingen. Deze optie is niet perfect, zoals de Raad van State aangeeft, maar ze is beter en neutraler dan de eerste.

Eveneens ergerlijk is dat de Raad van State in zijn advies over ‘cash for cars’ aan politiek begint te doen. Hij vraagt zich af of er geen betere manieren zijn om de mobiliteitsproblemen op te lossen. Dat is een terechte vraag voor het parlement, maar niet voor overheidsadviseurs die worden betaald om juridische analyses te maken.

Wat nu dan? De lastige waarheid over ‘cash for cars’ is dat het wellicht niet mogelijk is de koterij van het verleden op een ordentelijke manier af te breken. Toch kan dat geen reden zijn om de koterij te laten staan, ze te vervangen door nieuwe koterij, of via een mobiliteitsbudget nieuwe loonlasten in te voeren.

De regering zoekt daarom best naar een manier om door te zetten met cash for cars en zal daarbij de bluts met de buil moeten nemen. Zo niet moeten we onze ambitie maar opbergen om de wereld onnodig ingewikkeld te maken. Bestrijd de files. En maak zonder belastingen te verhogen van loon weer gewoon loon: geld dat je hebt verdiend en dus zelf mag sparen of spenderen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud