Vijf jaar na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo rest de vaststelling dat de persvrijheid en de vrije meningsuiting erop achteruitgegaan zijn.

Op 7 januari 2015 werden elf redactieleden van het Franse satirische blad Charlie Hebdo op een gruwelijke wijze afgemaakt door twee jihadisten. Het was een wraakoefening omdat het blad het aandurfde te spotten met de profeet Mohammed, wat voor sommige gelovigen neerkomt op godslastering. De aanslag vormde het begin van een terreurgolf die over Frankrijk en België spoelde.

Onmiddellijk na de aanslag op het weekblad kwam een brede, zelfs internationale, golf van solidariteit op gang. De gebalde vuist met een pen symboliseerde dat de persvrijheid groter was dan de dodelijke wapens. Door de hashtag #jesuischarlie op sociale media voelde iedereen zich verbonden met de journalisten en de cartoonisten die het leven lieten. Een mooi en warm gebaar van solidariteit en een roep om een stevig recht op vrije meningsuiting.

Vijf jaar later rest de vaststelling dat het bijzonder slecht gesteld is met de politieke cartoons. En dat de persvrijheid en de vrije meningsuiting onder druk staan. De genadeslag voor de politieke cartoon is in juni 2019 gegeven door The New York Times. Toen besliste de krant dat ze niet langer politieke cartoons zou publiceren. De aanleiding was een cartoon die als antisemitisch werd ervaren. De beslissing kwam er na een felle campagne op de sociale media, vooral dan Twitter. The New York Times wou het etiket antisemitisch niet krijgen en voerde daarom meteen alle cartoons af.

Charlie Hebdo kent en kende geen ontzag. In zijn cartoons nam en neemt het blad iedereen op de korrel, ongeacht rang, stand of religie. Soms gaat het om wrede cartoons, soms ook om flauwe, maar ze zijn wel ongebonden en direct. Voor een cartoon geldt nu eenmaal dat je een gegeven in één beeld vat. Charlie Hebdo deed en doet dat op een meedogenloze manier.

#jesuischarlie was dus maar voor even, de vrije meningsuiting en de persvrijheid staan overal onder druk.

Na de aanslag van vijf jaar geleden dook de verlichtingsfilosoof Voltaire plots weer helemaal bovenaan op in de top van alle boekenlijsten met zijn ‘Traîté sur la tolérance’, een vurig pleidooi voor vrije meningsuiting en tolerantie. Even leken verdraagzaamheid en vrijheid van ideeën echt bovenaan op de agenda te staan.

Merkwaardig genoeg kwam na de aanslag op Charlie Hebdo een tegenbeweging op gang, iets wat Riss, de directeur van Charlie Hebdo omschrijft als ‘nieuwe censuren en nieuwe dictaturen’. Voor hem zijn de demonen van de (pers)vrijheid niet langer religie, leger, kerk en staat, maar een leger van verenigingen, minderheidsgroepen en andere opiniemakers die via de sociale media de cartoonisten op de vingers slaan zoals de schoolmeesters destijds. En dat gebeurt vaak in de naam van de politieke correctheid.

Na de aanslag op Charlie Hebdo heeft de vrees voor terreur, de zelfcensuur, de druk van de uitgevers maar vooral ook die van de sociale media de scherpe randjes van de politieke cartoons afgevijld. Dat is een bittere vaststelling.

#jesuischarlie was dus maar voor even. Vrije meningsuiting en persvrijheid staan nu overal onder druk, niet het minst door alle fake news dat vaak via sociale media verspreid wordt. Charlie Hebdo vecht nu om te overleven, maar een stukje van de ziel van het weekblad is voorgoed gestorven op die afschuwelijke 7 januari 2015 in het elfde arrondissement van Parijs.

Lees verder

Tijd Connect