Redacteur Politiek

Als we niet opletten, glipt opnieuw een sterkte van de Vlaamse economie - de export - ons langzaam maar zeker uit de handen.

De Chinese overheid verlaagde deze week douanetarieven op varkensvlees, avocado’s en 350 miljard euro aan andere goederen. Het las als een welgekomen kerstboodschap na een jaar van handelsoorlog met de Verenigde Staten, maar uiteraard spelen andere, dwingender motieven. Het Chinese ministerie van Financiën erkende in zijn communicatie dat het Chinese volk nu eenmaal goedkope producten nodig heeft die het zelf niet tegen die prijs-kwaliteitverhouding kan maken. Uiteindelijk is dat het geheim van handel: laat mensen zich in iets specialiseren, en laat vervolgens die specialisten hun goederen en diensten met elkaar verhandelen.

Het goede aan die lagere tarieven is dat Peking wat rust brengt in het grootste handelsconflict van dit moment, ook al is het misschien niet het eerste motief van de snoei in de invoertarieven. Het minder goede aan dit nieuws is dat België er al bij al weinig van zal merken. Ook al trok vorige maand nog een 630-koppige Belgische handelsmissie naar China, het land is toch maar goed voor een kleine 2 procent van de Belgische export. Via tussenstops in andere EU-landen lopen de cijfers wellicht nog op, maar al bij al blijft die export beperkt.

In dat licht ligt het verontrustende nieuws van deze week in een studie van de Nationale Bank over de Belgische uitvoerbedrijven. Tussen 2001 en 2008 verloren die terrein op de wereldmarkt, net als hun Nederlandse sectorgenoten. Maar de Nederlanders herpakten zich, terwijl wij verder marktaandeel verloren. De voorbije jaren bleef dat zo. Het verlies aan marktaandeel is ‘significant’, schrijft de Nationale Bank. Het manifesteert zich ook elders: in 2018 voerde België voor het eerst in jaren meer goederen en diensten in dan wat Belgische bedrijven uitvoerden.

We moeten kijken naar wat Nederland de voorbije tien jaar wel goed deed, en wij niet.

Het is opnieuw een van die trage evoluties waarbij iets wat waardevol en voor de eeuwigheid verworven leek uit onze handen glipt. Net zoals de productiviteit van de Belgische werknemers jaar na jaar wat trager groeit, en net zoals de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs bij elke PISA-meting verder erodeert, is het een sluipend gevaar dat pas goed zichtbaar wordt als je het op langere termijn overschouwt.

Wat moet er gebeuren om het tij te keren? Een deel van het antwoord is misschien al gegeven, toen de regering-Michel de loonkosten betaalbaarder maakte. De data van de Nationale Bank tonen dat exportbedrijven die ruimte deels hebben gebruikt om hun winstmarge te verhogen. Dat betekent dat ze die de komende jaren wellicht weer verlagen - via prijsdalingen of via uitgaven voor investeringen - als hun verlies aan marktaandeel begint pijn te doen.

Maar de strijd om eindelijk eens marktaandeel te heroveren, zal meer vragen dan puur wachten tot de markt wat discipline bijbrengt. Het zal ook liggen in meer ambitie, beter onderwijs en een hogere productiviteit. Het zal ook liggen in Europees beleid, zoals goede handelsakkoorden met bonafide landen en een strenge verdediging tegenover landen die zich afschermen. En het zal helaas opnieuw liggen in eens kijken naar wat Nederland de voorbije tien jaar wel goed deed, en wij niet.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud