Senior writer

De abrupte Chinese devaluatie stuurt schokgolven door de financiële markten. Dat bevestigt China’s statuut van economische grootmacht. Maar de echte vraag is hoeveel lucht uit de economie moet.

De westerse aandelenbeurzen kleurden gisteren alle bloedrood na de Chinese beslissing om de yuan opnieuw met 2 procent te devalueren. Voor sommige westerse bedrijven is de devaluatie geen goed nieuws. De Chinese koopkracht loopt terug. Voor enkele bedrijven betekent dat dat hun afzetmarkt krimpt. Nu is China wel uitgegroeid tot de ‘fabriek van de wereld’, maar vaak betalen westerse bedrijven in dollars om onderdelen of producten te laten maken in China. Een devaluatie van de yuan maakt de producten voor de westerse afnemers dus niet goedkoper.

De gevolgen van de devaluatie kunnen op langere termijn verregaand zijn, zeker als de munt onder druk blijft. China zet meteen de omliggende Aziatische landen onder druk omdat zijn producten goedkoper worden. De Chinese devaluatie kan andere devaluaties uitlokken. Vietnam was gisteren het eerste land dat zijn munt liet zakken. Een valutaoorlog is dan niet veraf.

China treedt ook toe tot de club landen die hun munt bewust laten verzwakken, zoals onder meer Japan en de eurolidstaten. De dollar wordt daardoor ongewild een sterke munt. Bovendien zal goedkope Chinese import de inflatie in de VS drukken. De Amerikaanse centrale bank, de Fed, staat daardoor voor een moeilijke keuze als ze de rente wil optrekken.

Officieel heet de devaluatie een liberalisering van het Chinese financiële systeem. Voor de Chinese autoriteiten werd de groei - die trager was dan voorspeld - gehinderd door de te hoge wisselkoers van de yuan. De Chinese statistieken zijn niet de meest betrouwbare, dus weet niemand buiten China hoe de vork in de steel zit. Het is duidelijk dat de economie al een tijdje worstelt om de groei op peil te houden.

Bovendien liggen er lijken in de kast in de vorm van probleemkredieten. Een dikke maand geleden spatte al de zeepbel op de Chinese beurs uit elkaar. Nu is het blijkbaar zaak de reële economie draaiende te houden.

Een devaluatie is een beproefd middel om de export op te krikken. Het is duidelijk dat de Chinese autoriteiten voor dit recept hebben gekozen. Onduidelijk is of de beperkte devaluatie de hapering van de economie kan overwinnen. Een devaluatie verarmt de bevolking, wat de consumptie ondermijnt. En de liberalisering van de munt zal eveneens relatief blijken. Gisteravond, op de einde van de yuanhandel, intervenieerde de Chinese overheid al.

Niets wijst erop dat de Chinese politici hun greep op de centraal geleide economie zullen lossen. Hun leidraad blijft het opdrijven van de productie. Daarnaast moeten ze erover waken dat de sociale ongelijkheid niet zo hoog oploopt dat er sociale onrust ontstaat. Dat is een delicate oefening. Met de devaluatie van de yuan probeert de Chinese communistische partij de touwtjes strak in handen te houden. Maar het zal van de staat van de Chinese economie afhangen of dat lukt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud