Chips, made in Europe

Senior writer

Europa moet zelf inzetten op de productie van de meest geavanceerde halfgeleiders, om zijn economische onafhankelijkheid op dat vlak veilig te stellen.

Een tekort aan halfgeleiders verplicht de Amerikaanse autobouwer Ford de productie in zijn vestigingen in Keulen en Saarlouis de komende weken terug te schroeven. De plotse wereldwijde schaarste aan halfgeleiders sinds eind vorig jaar speelt bedrijven uit uiteenlopende sectoren parten. De chipcrisis heeft de kwetsbaarheid duidelijk gemaakt van de aanvoer van die cruciale component in een economie die almaar digitaler wordt.

De productie van de meest geavanceerde chips situeert zich hoofdzakelijk in Azië. Het Zuid-Koreaanse Samsung en het Taiwanese TSMC zijn de kampioenen. Door goedkoper te produceren en door schaalvoordelen te werven hebben ze een duopolie verworven op die markt. En ze bouwen hun technologische voorsprong verder uit. TSMC investeert de komende drie jaar 100 miljard dollar.

Het Amerikaanse Intel, tien jaar geleden nog de absolute wereldleider in de meest geavanceerde halfgeleiders, speelt in die categorie geen rol van betekenis meer. Europese en Amerikaanse bedrijven kopen nu hun chips in Korea en Taiwan. Het best bediend, tegen een goede prijs.

Maar de wereld verandert. Protectionisme en handelsbelemmeringen zijn terug. De coronapandemie is daarbovenop gekomen. De globalisering stokt, wordt zelfs teruggedraaid. Het belang van lokale productie krijgt meer aandacht. Economische hefbomen uit handen geven is niet zonder gevaar.

Een extra risico is dat TSMC zijn belangrijkste chipfabrieken in Taiwan heeft. De machthebbers in Peking beschouwen het eiland voor de Chinese kust nu al als een stuk van China en zouden het graag inlijven. De militaire spierballen worden al getoond.

Intel biedt aan een chipfabriek te bouwen in Europa als het daarvoor 8 miljard euro subsidies krijgt. Op dat aanbod ingaan is niet de goede oplossing.

De westerse landen moeten zich zorgen maken, en doen dat ook. De Amerikaanse president Joe Biden heeft 50 miljard dollar klaarstaan om de chip-industrie in de VS nieuw leven in te blazen. Intel heeft toegezegd - als het een forse overheidscheque krijgt - een inhaalbeweging te willen doen tegenover Samsung en TSMC.

Europa moet maken dat het mee is, en in staat is zelf de meest geavanceerde chips te ontwerpen en te produceren. In december ondertekenden 19 EU-landen een verklaring dat ze willen samenwerken om de halfgeleiderindustrie in Europa te versterken en verder uit te bouwen. Het is een begin. Maar er moet snel enkele versnellingen hoger worden geschakeld.

Intel biedt aan een chipfabriek te bouwen in Europa als het daarvoor 8 miljard euro subsidies krijgt. De verleiding bestaat om op dat aanbod in te gaan, maar het is niet de goede oplossing.

Het doel moet zijn dat Europa voor de meest geavanceerde halfgeleiders, cruciaal in de digitale economie, helemaal op eigen benen staat en daarvoor niet afhankelijk is van buitenlandse goodwill, technologie of knowhow.

Het zal tijd vragen om dat doel te bereiken. En het zal miljardeninvesteringen vergen. Maar voor Europa is dat van groot economisch en strategisch belang als het in de wereld nog een rol van betekenis wil spelen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud