Commentaar: A la Belge

De federale minister van Financiën, Didier Reynders, en die van Economie, Charles Picqué, hebben de laatste rechte lijn ingezet naar een fusie van de toezichthouders over de bank- en verzekeringssector. De alom bekende Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF), met de roepnaam de Bankcommissie, en de discretere Controledienst voor de Verzekeringen (CDV) vormen ten laatste begin 2004 één toezichthouder. Bovendien zal intussen ook het toezicht op de beurs naar die nieuwe toezichthouder zijn verhuisd zodat een nieuwe machtige controleur ontstaat.

De toenadering tussen de toezichthouders is een goede zaak. De voorbije jaren zijn de metiers van bankier, beursmakelaar en verzekeraar sterk met elkaar verstrengeld. Uw bankier biedt u vandaag ook verzekeringsproducten aan en u komt het kantoor haast niet buiten zonder dat diezelfde bankier u ook enkele beursproducten heeft verkocht. De vaststelling is gelijkaardig bij uw beursmakelaar en uw verzekeringsagent.

Dat het toezicht die evolutie volgt, lijkt niet meer dan logisch. De akkoorden tussen de controleurs waren te vrijblijvend en konden niet garanderen dat het toezicht efficiënt zou blijven verlopen voor geïntegreerde groepen als Fortis, KBC, Dexia, ... Dat de beurs het toezicht over haar eigen markten verliest aan de nieuwe toezichthouder lijkt ook logisch. De creatie van een eigen 'marktautoriteit' voor de beurs van Brussel in de beurswet van 1995 lijkt achteraf een mislukt experiment. Omdat de beurs steeds als marktorganisator én als toezichthouder opereerde, bleven de relaties met de beursmakelaars ambigu. Dat zorgde al die tijd voor een zweem van belangenvermenging. Dat in Brussel de jongste jaren niet één groot bedrijfsdossier voorbijging zonder dat minstens de indruk bestond dat sommigen in de markt waren getipt, heeft de reputatie van het toezicht geschaad.

De toezichtshervorming hapert wel waar ze de politieke invloeden vergeet te weren uit de toezichtsorganen. De nieuwe supercontroleur moet de inmenging dulden van de Nationale Bank die als een schoonmoeder zal toezien over alle doen en laten. De Nationale Bank (NBB) is als beschermer van de financiële stabiliteit van een land een logische partner voor het eerstelijnstoezicht. Maar de centrale rol die de NBB in het huidige model krijgt, is overdreven. De benoeming van enkele NBB-directeurs, elk met hun politieke kleur, in de operationele directies van CBF en CDV is een oneerbaar compromis omdat het de politiek onwillekeurig in het toezicht betrekt.

Bovendien ontsnapt de hele hervorming niet aan nog zo'n typisch Belgisch fenomeen. De kabinetsmedewerker die een belangrijke financiële wet schrijft, kan dat steeds verzilveren door achteraf een van de nieuw gecreëerde sleutelposten te bemannen. Olivier Lefebvre schopte het vanop Financiën tot directievoorzitter van de beurs van Brussel waarvoor hij de wet had geschreven. Dirk Tirez maakte dezelfde sprong naar Easdaq nadat hij de voor die beurs ontworpen wet had opgesteld, en nu belandt de kabinetschef van de minister van Financiën, Jean-Paul Servais, ook in het directiecomité van de machtige nieuwe CBF.

Het toezicht is maar zo sterk als het onafhankelijk is.

Frederik Delaplace

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud