Commentaar: Aftellen in Bagdad

De beperkte Amerikaanse operaties in Bagdad en in de paleizen van de Iraakse president, Saddam Hoessein, moeten het Iraakse regime duidelijk maken dat de Amerikanen zich meester voelen van de situatie. Het regime in Bagdad kan beginnen aftellen.

De topontmoeting in Belfast tussen de Amerikaanse president, George Bush, en de Britse premier, Tony Blair, versterkt deze indruk. Kort na hun vorige ontmoeting op de Azoren ging de invasie van Irak van start. In Noord-Ierland praten beide leiders ditmaal over het toekomstige bestuur van Irak.

Het is niet denkbeeldig dat nog voor Saddam Hoessein helemaal van het toneel is verdwenen, de Amerikanen een bestuur op poten zetten in de bevrijde gebieden. Dat Irak een tijd onder Amerikaans militair bestuur komt, staat intussen als een paal boven water. Vermoedelijk krijgt de Amerikaanse proconsul over Irak de steun van een soort adviesraad die bestaat uit Iraakse opposanten. De meest pragmatische Iraakse oppositieleiders hebben zich met dat idee verzoend. Wie dat niet kan, valt uit de boot.

Dat lot is waarschijnlijk de Hoge Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (Hriri) beschoren. Deze belangrijkste sjiitische oppositiegroep wil dat de coalitietroepen Irak zo snel mogelijk verlaten en dat het bestuur van Irak in handen komt van de VN. Daar willen de VS niet van horen. Exit Hriri dus. Washington zit trouwens niet te wachten op een revolutie naar Iraans model in Irak.

Om de Koerden kunnen de VS evenwel niet heen. Zij hebben samen met de Amerikanen gevochten in het noorden van Irak en kunnen als het spannend wordt misschien nog een belangrijke militaire bijdrage leveren. Bijvoorbeeld bij een belegering van Tikrit, de geboortestad van Saddam Hoessein.

De Koerden spelen gedeeltelijk de rol die de Noordelijke Alliantie in Afghanistan speelde. De Noordelijke Alliantie verenigde de oppositie tegen de Taliban in Afghanistan en kreeg na de bevrijding van het land belangrijke regeringsposten in handen. De vader des vaderlands in Afghanistan werd de hoogbejaarde voormalige Afghaanse koning, Zaher Shah. Die rol lijkt in Irak mogelijk te worden ingevuld door Adnan Pachachi, de tachtigjarige voormalige minister van Buitenlandse Zaken.

Pachachi heeft zijn verzet tegen een Amerikaans militair bestuur opgegeven. Hij kan een overgangsfiguur worden die Irak naar vrije verkiezingen leidt. Van die tussenperiode kunnen salonopposanten, die vanuit het buitenland oppositie voerden terwijl de Iraakse bevolking gebukt ging onder de VN-sancties, gebruikmaken om zich te profileren en de Irakezen voor zich te winnen. Hoe lang die overgangsperiode zal duren, weet waarschijnlijk Washington op dit moment niet eens.

Ludwig de Vocht

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud