Commentaar: Ambitie en geloofwaardigheid

De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogde gisteren haar inflatieraming voor 2002 tot meer dan 2 procent. Daarmee geeft zij toe dat ze voor het derde jaar op rij haar inflatiedoelstelling niet haalt. Bovendien suggereert de ECB dat er bijna één kans op twee is dat de inflatie ook volgend jaar 2 procent of meer zal bedragen. Alleen in 1999, het eerste jaar van de euro, bleef de inflatie onder controle.

Er waren soms verzachtende omstandigheden. In 2000 stegen de olieprijzen fors en maakte de daling van de euro de ingevoerde producten duurder. In 2001 deden de dollekoeienziekte en de epidemie van mond- en klauwzeer de voedselprijzen sterk stijgen. Er zijn echter weinig of geen excuses voor de slechte score van 2002. Ook de kerninflatie, die geen rekening houdt met de instabiele prijzen van voeding en energie, steeg de jongste maanden tot meer dan 2 procent. Vooral de prijzen van diensten stijgen te snel.

Iemand die het monetair beleid van vier jaar ECB evalueert en geen rekening houdt met de verzachtende omstandigheden, kan haar voor de periode 1999-2002 slechts één punt op vier geven. Een dergelijke onvoldoende is niet goed voor de geloofwaardigheid van de jonge centrale bank.

Wat kan de ECB doen om toch de inflatiedoelstelling te halen? Een optie is een renteverhoging. De ECB liet al enkele keren doorschemeren dat de inflatievooruitzichten verslechteren en dat ze overweegt haar monetair beleid te verstrakken. Ze aarzelt nog omdat de economische heropleving nog maar enkele maanden oud is. Aangezien de economische groei met vertraging reageert op een renteaanpassing en de groeivooruitzichten voor volgend jaar gunstig zijn, zijn er argumenten om een renteverhoging te verdedigen.

Wellicht een betere remedie is de aanpassing van de definitie voor die ambitieuze inflatiedoelstelling. Sommige centrale banken hanteren een doelstelling voor de kerninflatie, omdat zij weinig of niets kunnen doen tegen de inflatoire gevolgen van stijgende olie- of voedselprijzen. De ECB is daar echter geen voorstander van.

Een andere mogelijkheid is een lichte versoepeling van de inflatiedoelstelling. Samen met Zwitserland heeft de eurozone nu de strengste inflatiedoelstelling ter wereld, want ze definieert prijsstabiliteit als een inflatie van minder dan 2 procent. Het Verenigd Koninkrijk, Canada en Zweden zijn wat realistischer door een gemiddelde inflatie van zowat 2 procent na te streven. De VS zijn misschien het slimst, want zij hebben geen precieze norm.

Ook de orthodoxe Bundesbank, de voormalige Duitse centrale bank waarvan de ECB bijna een kopie is, kon in de jaren '80 en '90 maar één jaar op twee een inflatie van minder dan 2 procent realiseren. De ECB moet een haalbare doelstelling hanteren. Ambitieus zijn is een kwaliteit, maar te veel ambitie hebben kan de geloofwaardigheid ondermijnen.

Wouter Vervenne

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud