Commentaar: Laat dollar toch dalen

De euro steeg gisteren tot het hoogste peil tegenover de dollar sinds zijn invoering op 1 januari 1999. Voor een euro werd tot 1,3681 dollar betaald. Dat cijfer veegt de 1,3666 van 30 december 2004 van de recordtabellen. Dat is nog geen absoluut diepterecord voor de dollar. Had de euro in 1994 al bestaan, zou men in dat jaar van de Amerikaanse obligatiecrash tot 1,43 dollar voor de eenheidsmunt hebben betaald.

(tijd) Zelfs dat historische record ligt niet veraf meer. Een ultralangetermijngrafiek suggereert namelijk dat de dollar eigenlijk al verzwakt sinds het einde van het stelsel van vaste wisselkoersen in 1971, toen voor 1 dollar omgerekend bijna 2 euro's werden neergeteld. Daar steekt een logica achter: de VS leven al een kwarteeuw lang op krediet van het buitenland. Amerikanen voeren veel meer in dan uit en geven dus veel meer dollars uit dan ze andere munten ontvangen.

Dat almaar toenemende tekort - de Amerikaanse lopende rekening zou nu al op min 850 miljard dollar staan - zorgt voor een structurele zwakte van de munt. Enkel een overduidelijke superioriteit van de Amerikaanse economie, gepaard met een hogere rente en een sterk presterend Wall Street, kan die handicap compenseren. Dat was het geval van 1995 tot 2000, maar vandaag beslist niet meer. De Europese economische groei ligt stilaan hoger dan de Amerikaanse. Bovendien presteert Wall Street al een hele poos beneden gemiddeld. Kortom, 1,40 ligt in het verschiet, en wie weet 1,50 ook.

Voor sommige Europese multinationals is dat een grimmig vooruitzicht. Bedrijven zoals Barco realiseren een groot deel van hun omzet in die dollar die almaar minder waard wordt. Tegelijk puren hun concurrenten een extra winst uit de verkopen in duurder wordende alternatieve munten. Het nadeel is dus dubbel. Voor bedrijven die zowel hun kosten als hun inkomsten in dollars uitdrukken, geldt dat nadeel veel minder. Overigens, slechts ongeveer 15 procent van de export uit de eurozone gaat richting de VS.

Op macro-economisch vlak weegt zo'n nadeel al helemaal niet op tegen de voordelen van een zwakke greenback. Een goedkope dollar zal almaar meer toeristen naar de Verengide Staten lokken, de buitenlandse consumptie van Amerikaanse goederen aanzwengelen, de inflatie buiten houden en de rente laag houden.

Dat alles met meer Amerikaanse groei en een indijking van de gigantische tekorten als mogelijke gevolgen. Dat is een belangrijk punt: als die tekorten blijven toenemen, zal dat ooit uitmonden in handelsoorlogen, protectionisme en recessies. Europa zal daar dan niet aan ontsnappen.

Dat beseffen de beleidslui blijkbaar ook. De trots van de Amerikaanse minister van Financiën Henry Paulson lijkt niet aangetast door de wankele dollar. Integendeel, Paulson sakkert dat de Chinezen hun munt sneller moeten doen stijgen tegenover de dollar. Ook de Europese bewindvoerders roeren zich niet. Toen de euro enkele jaren geleden meer dan 1,20 dollar kostte, ontlokte dat een storm van protest bij een aantal Europese ministers. Nu de euro nog eens 15 procent duurder is, maakt niemand er zich kennelijk druk om. Wel, dan hoeven wij dat ook niet te doen.

Pierre Huylenbroeck

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect