Commentaar over de snel-Belgwet en de nationaliteitsfraudeurs: De altijd-Belgwet

Eens Belg, altijd Belg, of toch bijna. Want het blijkt aartsmoeilijk om iemand de Belgische nationaliteit af te nemen, zelfs als hij die door fraude heeft bekomen. Het nieuws dat het Antwerpse parket zijn onderzoek naar een grootschalige naturalisatiefraude heeft afgerond, heeft de N-VA in de pen doen kruipen.

De partij heeft een wetsvoorstel geschreven dat het makkelijker moet maken de Belgische identiteitskaart van nationaliteitsfraudeurs te verscheuren. Het wetsvoorstel werkt een hiaat in de wetgeving weg, al is het uiteraard essentiëler de fraude zelf zoveel mogelijk te voorkomen. En dan komt de snel-Belgwet onder vuur, die door Verhofstadt I op de rails werd gezet.

De mededeling van het Antwerpse parket komt voor de meerderheid op een moment dat de discussie over het migrantenstemrecht opnieuw de kop opsteekt. De snel-Belgwet en het migrantenstemrecht zijn communicerende vaten. De wet vormde onder de vorige legislatuur de compensatie voor het niet-invoeren van het migrantenstemrecht. In deze legislatuur zal een verstrenging van de wet allicht de pasmunt zijn die betaald moet worden om het migrantenstemrecht door het parlement goedgekeurd te krijgen. Premier Verhofstadt heeft zich trouwens altijd tegen het migrantenstemrecht verzet met het argument dat dan de snel-Belgwet verstrengd moet worden. Die wet is volgens hem veel belangrijker voor de integratie dan het migrantenstemrecht.

Al moet de vraag gesteld worden hoe een wet die aan de verwerving van de Belgische nationaliteit geen enkele integratievoorwaarde meer koppelt, integratiebevorderend kan werken. Maar het probleem van het onderzoek naar de integratiewil van kandidaat-Belgen, lost zich binnen afzienbare tijd allicht vanzelf op, althans in Vlaanderen. Nieuwkomers in Vlaanderen moeten binnenkort immers verplicht een inburgeringstraject volgen.

De snel-Belgwet toont zich niet alleen erg toegeeflijk op het vlak van de integratiebereidheid, ze is ook erg soepel in het toekennen van naturalisaties. De Kamer heeft, na het bekend raken van de naturalisatiefraude in 2001, de werking van de commissie voor de Naturalisaties wel gevoelig verstrakt. Maar de criteria die de commissie hanteert, blijven allesbehalve transparant. Openheid moet in theorie ook niet, omdat naturalisaties als een gunst worden beschouwd en de volksvertegenwoordiging bijgevolg ook over een groot appreciatierecht moet kunnen beschikken. Maar het verstrekken van gunsten is per definitie beperkt, wat hier helemaal niet het geval is. Jaarlijks worden tussen 10.000 en 20.000 naturalisaties toegekend. Het is duidelijk dat als de naturalisaties opnieuw als een uitzonderlijke gunst worden beschouwd, ook de mogelijke fraude uitzonderlijk wordt.

Stefaan Huysentruyt

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud