De jaarrekeningen van de politieke partijen herinneren er ons aan dat de manier waarop ze worden gefinancierd nog altijd grote verdiensten heeft, maar toch eens tegen het licht mag worden gehouden.

Zelfs in het verkiezingsjaar 2019 boekten alle politieke partijen in België samen nog een winst van 2 miljoen euro. Samen hadden ze op het einde van het jaar nog altijd een oorlogskas van 90 miljoen euro.

De cijfers, die De Kamer op haar website heeft gepubliceerd, tonen hoe makkelijk het geld doorgaans binnenstroomt in de partijhoofdkwartieren, zeker in vergelijking met andere landen. Bij ons geen grote fondsenwerving, steuncomités en financieringsrondes. In de Verenigde Staten is de financiering van een campagne een graadmeter voor de politieke slaagkansen van een kandidaat. Bij ons is die band grotendeels doorgeknipt, behalve als een partij een electorale opdoffer krijgt of nieuw is.

Dat systeem heeft zijn verdiensten. Het kwam er als reactie op omkoopschandalen, waarbij partijen te ver gingen bij het werven van financiers, die vervolgens iets illegaal voor hun geld terug wilden krijgen. Zelfs als ze iets legaal terug willen, blijft nog het beeld hangen - zoals in de Verenigde Staten - dat politiek te koop is.

Daarom krijgen politieke partijen in België al jaren geld in de mate dat ze goed scoren bij de verkiezingen. Tegelijk staat een rem op de publiciteitsuitgaven die ze mogen doen, met onder meer beperkingen op de grootte van verkiezingsaffiches.

Het systeem is nog altijd verdedigbaar, maar op twee punten dringt zich de vraag op of we het niet moeten bijsturen. Een eerste is inhoudelijk. Partijen die zichzelf financieren via het overheidsbudget lijken op een slang die in de eigen staart bijt. Het isoleert de partijen van de financiële zorgen die normale organisaties wel kennen.

De rem op de uitgaven speelt almaar minder omdat de campagne zich steeds nadrukkelijker op de sociale media afspeelt.

Er zijn varianten mogelijk zoals het Duitse systeem, waarbij een deel van de overheidsdotatie afhankelijk is van wat burgers als giften geven. Uiteraard zijn ook daar limieten aan, maar het is niet slecht dat de partijen, zoals iedere vereniging, wat meer hun best moeten doen om leden te werven.

De deal die ooit werd gemaakt - overheidsfinanciering én een rem op de uitgaven - staat bovendien op een andere manier onder druk. De rem op de uitgaven speelt almaar minder omdat de campagne zich steeds nadrukkelijker op de sociale media afspeelt. Dat heeft nieuwe problemen gecreëerd, zoals de vrees van buitenlandse inmenging, maar het toont ook dat de Belgische regels voor partijfinanciering almaar minder passen op de realiteit.

Politieke slagkracht gaat uiteraard over meer dan geld. Ooit had de N-VA vrijwel niets en nu is ze de grootste. Ooit werd gedacht dat Groen, toen het in 2003 uit het parlement verdween en zonder geld viel, in de armen van de sp.a zou worden gedreven, maar de partij herpakte zich. En de jongste verkiezingen werden gewonnen door een partij met een van de kleinste budgetten: het Vlaams Belang.

Toch is het nog eens een denkoefening waard. Hoe kunnen we partijen financieren zonder de deur naar corruptie open te zetten, terwijl we ze tegelijk aansporen de band met de leden aan te halen en een fair speelveld voor de verkiezingsuitgaven creëren?

Lees verder

Gesponsorde inhoud