Compromis

©mfn online editor import

Het uitrustingsplan voor de elektriciteitssector maakt hopelijk een einde aan de onzekerheid over het energiebeleid. Die heeft al te lang investeringen in nieuwe centrales tegengehouden.

Staatssecretaris voor Energie Melchior Wathelet (cdH) heeft een uitrustingsplan voor de elektriciteitssector klaar dat twee doelstellingen verzoent: vasthouden aan de kernuitstap en de elektriciteitsbevoorrading verzekeren. Het plan bestaat erin dat een van de oudste kerncentrales, Tihange 1, tien jaar langer openblijft dan eerst bepaald. Maar Doel 1 en 2 gaan in 2016 dicht. En in 2025 worden alle kerncentrales in ons land onherroepelijk gesloten, zoals vroeger al was afgesproken. Het is een goed en realistisch compromis dat een punt zet achter de discussie over het al dan niet langer openhouden van de kerncentrales in ons land.

De kernuitstap was in 2003 al beslist door de paars-groene regering Verhofstadt I, maar werd nadien weer op de helling gezet omdat de wet een achterpoortje openliet. De onzekerheid die zo ontstond en waar de regering zelf verantwoordelijk voor was, heeft de investeringen in nieuwe centrales de voorbije tien jaar ontmoedigd. Kandidaat-investeerders waren niet bereid een elektriciteitscentrale te bouwen die onmogelijk zou kunnen concurreren met de goedkope elektriciteit van een oude volledig afgeschreven kerncentrales.

Maar als er geen nieuwe centrales werden gebouwd, konden de kerncentrales ook niet worden gesloten. Het nieuwe uitrustingsplan moet die patstelling doorbreken. De kernuitstap is bevestigd, en er is nog genoeg tijd om alternatieve productiecapaciteit te bouwen zodat de elektriciteitsbevoorrading is verzekerd. Dat zou investeringen in groene stroom een boost moeten geven.

Dat hernieuwbare energie de plaats van kernenergie inneemt, is een positieve ontwikkeling. Maar hernieuwbare energie heeft ook nadelen. Als er geen wind is, leveren de windturbines ook geen stroom. En als de zon niet schijnt, kunnen zonnepanelen geen elektriciteit opwekken. Er moet dus reservecapaciteit achter de hand worden gehouden. Wathelet denkt aan flexibele aardgascentrales. Maar als die gascentrales maar af en toe mogen draaien, zijn ze ook niet rendabel. Wie zal zo’n centrale willen bouwen?

Om de investeerders over de streep te trekken, zouden die een of andere vorm van financiële steun krijgen. Nadat eerst de groene stroom zwaar is gesubsidieerd, moet binnenkort dus ook de elektriciteitsproductie in traditionele centrales worden gesubsidieerd. Dat is een toch wel bizar resultaat van de zogenaamde vrijmaking van de elektriciteitsmarkt.

België hoeft niet noodzakelijk in alle omstandigheden zelfvoorzienend te zijn in de elektriciteitsproductie. Als de vraag op bepaalde ogenblikken piekt, zouden we ook elektriciteit kunnen invoeren uit het buitenland. Als het voor de Belgische kust windstil is, waait het misschien wel stevig in Denemarken. Als de zon in Vlaanderen achter de wolken verstopt zit, straalt ze misschien wel in Italië. De energiemarkt zou een stuk efficiënter kunnen werken als ze op Europees niveau werd georganiseerd, en niet door elke land apart. Maar dat is een verre droom.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud