Senior writer

Het compromis dat is bereikt over de bedrijfspensioenverzekeringen verkleint het risico op grote ‘ongevallen’ in die sector. Daar is iedereen bij gebaat.

Vakbonden en werkgevers hebben uiteindelijk toch een compromis bereikt over een nieuwe regeling voor de bedrijfspensioenverzekeringen. Niet met volle goesting, voor wat de vakbonden betreft. Maar uiteindelijk hebben ze een compromis verkozen boven een regeling die door minister van Pensioen Bacquelaine zou worden opgelegd. Want dat was het alternatief. En dat kon misschien slechter zijn voor hen.

Het principeakkoord dat is bereikt, en dat nog aan de achterban voorgelegd moet worden, is dat het gewaarborgde rendement op de pensioenstortingen jaarlijks wordt vastgelegd in functie van de ontwikkeling van de langetermijnrente in ons land. Maar de ondergrens is op minimum 1,75 procent gelegd. Het is een aanvaardbaar compromis. Voor alle partijen zit er wat in.

De werkgevers zien zich verlost van de irrealistische eis - in het licht van de huidige omstandigheden op de financiële markten - om een rendement te waarborgen van 3,25 of 3,75 procent. Het bedrijfspen­sioen kan op die manier opnieuw een instrument worden in het loonbeleid van de bedrijven, zonder dat dit voor hen op een financiële strop kan uitdraaien.

Een rendement moeten bieden van 1,75 procent als de marktrente onder 1 procent staat en sommige verzekeringsmaatschappijen maar dat willen aanbieden, blijft een hele opgave. Maar het is niet compleet onhaalbaar. Belangrijk ook is dat de rente die gewaarborgd moet worden niet langer star is, maar afgestemd wordt op de evoluties op de financiële markten.

Voor de werknemers houden de nieuwe afspraken een achteruitgang in. Maar die mag niet worden overdreven. Voor de pensioenstortingen die al gedaan zijn blijven de oude gewaarborgde tarieven gelden. De nieuwe, lagere tarieven gelden enkel voor nieuwe stortingen en voor nieuwe contracten. Het compromis moet de markt voor nieuwe groepsverzekeringen, die helemaal stilgevallen was, weer reanimeren. En dat is dan weer een goede zaak voor een aantal werknemers die op die manier nu ook uitzicht krijgen op een aanvullend pensioen.

Ook de verzekeringsmaatschappijen kunnen niet ongelukkig zijn met dit akkoord. Zij zijn weliswaar ultiem niet verantwoordelijk voor het rendement dat moet worden gewaarborgd - dat zijn de werkgevers. Maar ze hebben er wel belang bij dat de markt voor de bedrijfspensioenverzekeringen weer op dreef komt. En misschien zullen ze nu wel een extra inspanning doen inzake de rendementen die ze bieden, om nieuwe contracten te kunnen binnenhalen.

De Nationale Bank ten slotte kan eveneens tevreden zijn. Zij was het die als toezichthouder op de verzekerings- en pensioensector in ons land, de alarmbel had geluid over de onhoudbare tarieven. Realistischere afspraken over de bedrijfspensioenverzekeringen verminderen het risico op grote ongevallen - het gevaar dat een verzekeraar of een onderneming zijn financiële engagementen niet meer kan nakomen - in deze sector. Daar is iedereen bij gebaat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud