Redacteur Politiek

Enkele uitwassen in de coronahandhaving maken nog eens duidelijk waarom een pandemiewet nodig is, ook al blijft het bijzonder lastig een goede wet te maken.

Slaat het coronabeleid door? In Antwerpen zijn zaterdagavond twee vijftienjarigen en vijf veertienjarigen een hele nacht vastgehouden in een politiekantoor, nadat de politie ontdekt had dat ze - terwijl de ouders niet thuis waren - bij een van hen een lockdownfeestje aan het houden waren. In Gent is dan weer discussie ontstaan over vier kotstudenten die een boete kregen, ook al beweren ze een huishouden te vormen en dus geen nauw contact met hun ouders te hebben.

Je kan bij die twee zaken moeilijk over een maatschappelijke trend spreken. In het overgrote deel van de gevallen worden de coronaregels gerespecteerd. Waar dat niet gebeurt, is in het overgrote deel van de gevallen de reactie van politie, parket en rechters correct.

Dit lijken eerder uitwassen, waarbij het vooral de vraag is waarom het nodig was minderjarigen vast te houden, in plaats van ze weer naar huis te sturen en later voor de jeugdrechter te brengen en bijvoorbeeld werkstraffen te geven. In het Gentse geval, waar de vier studenten met muziek op het balkon stonden, is de vraag of het misdrijf niet eerder nachtlawaai was in plaats van een schending van het coronabeleid.

Maar zelfs als uitwas zijn die zaken relevant. Je hoeft geen betrokken partij te zijn om ze problematisch te vinden. Ze roepen ook voor iedere burger een pertinente vraag op. Die vraag is of we aan het afglijden zijn. En of de fragiele balans tussen enerzijds de burgerlijke vrijheden - in dit geval aangevuld met de bescherming van minderjarigen - en anderzijds de levensbelangrijke strijd tegen het coronavirus nog in evenwicht is.

Eigenlijk is dat een vraag van alle tijden. De vraag of de politie haar wettelijke macht overschrijdt, blijft relevant, ook al stelt ze zich maar in een paar gevallen.

De pandemiewet is nodig. Niet omdat ze makkelijk is. Maar omdat ze moeilijk is.

Tegelijk stelt zich de vraag over de helderheid over de coronaregels. Opnieuw zitten die in hun grote lijnen goed ineen. Maar hoe langer deze pandemie duurt, hoe meer de wazigheid van sommige bepalingen stoort. De brede interpretatiemarge die nog altijd bestaat over een huishouden van kotstudenten is daar een voorbeeld van. Zowel Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) als de Gentse burgemeester Mathias De Clercq (Open VLD) drong dinsdag aan op meer duidelijkheid.

Daaruit blijkt nog eens dat een heldere pandemiewet geen overbodige luxe is. Het debat alleen al heeft het potentieel een breder draagvlak te creëren. Een heldere wet trekt ook duidelijker lijnen over wat kan en niet kan, wat proportioneel is en wat niet.

Het grote misverstand over zo'n pandemiewet is wellicht dat ze een makkelijke oplossing is die de regering nalaat te kiezen. Het is net het omgekeerde. Het is bijzonder moeilijk zo'n wet goed te krijgen, net omdat het om een labiel evenwicht tussen twee belangrijke dingen gaat. Dat de Nederlandse overheid dinsdag werd teruggefloten over haar avondklok - die via een wet werd ingevoerd - maakt dat duidelijk.

De pandemiewet is daarom nodig. Niet omdat ze makkelijk is. Maar omdat ze moeilijk is.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud