Crisis? Welke crisis?

De euforie op de beurzen duidt erop dat de financiële wereld almaar virtueler wordt en de band met de reële economie verliest.

Het is feest op de beurzen. De aandelenmarkten in de VS en in Europa hebben de voorbije weken een klim neergezet van zowat 35 procent. Een remonte, na de sterke terugval bij het begin van de coronacrisis eind februari, begin maart. De beurzen staan nu nog ongeveer 10 procent lager dan voor de crisis. Maar het is niet onmogelijk dat ze dat laatste stukje weldra ook goedmaken.

De euforie op de beurzen blijkt aanstekelijk. Goldman Sachs, de grootste zakenbank in de VS, ziet in dat het geen zin heeft om tegen de stroom in te zwemmen, schudt zijn sombere gemoed van zich af en begeeft zich ook op de dansvloer.

De beleggers dansen op een economisch kerkhof. De lockdownmaatregelen worden stilaan overal versoepeld, maar tegelijk wordt duidelijk welke schade de coronacrisis heeft aangericht: een nooit geziene economische krimp, tal van bedrijven die met financiële moeilijkheden kampen, een sterk oplopende werkloosheid.

De globalisering wordt voor een stuk teruggedraaid, de spanningen tussen de VS en China lopen op, en de VS zijn in de greep van de zwaarste rassenrellen sinds vijftig jaar. Het kan de beleggerspret allemaal niet drukken.

Het beursfeestje kan beleggers en genoteerde bedrijven op termijn zuur opbreken. Ooit moet de gigantische factuur van de crisis worden betaald. Wordt dan bij hen aangeklopt?

Een aantal elementen ondersteunt de stijging van de aandelenkoersen. De paniekreactie na het uitbreken van de coronacrisis was misschien te groot, de beurzen nemen nu een voorschot op het economisch herstel dat er, verwachten ze, aankomt. Het beursfeestje wordt gefinancierd door de centrale banken en de regeringen, die met massale steunprogramma’s de economie en de bedrijven bijspringen.

Hyloris

Door het extreem gulle centralebankbeleid brengen spaarrekeningen en staatspapier bovendien niets meer op. In dat perspectief is een aandelenbelegging attractief, hoewel beleggers daar ook de goede van de slechte moeten onderscheiden.

Bedrijven die middenin een nooit geziene economische crisis de stap naar de beurs zetten, het is zelden vertoond. Maar nu gebeurt het. In België trekt het jonge bedrijf Hyloris naar Euronext Brussel. Het is een farmabedrijf, en die liggen door de coronagezondheidscrisis goed in de markt.

Ook de beursgang van de koffiegroep JDE Peet’s, met het merk Douwe Egberts, in Amsterdam vorige week was een groot succes. Het e-commercebedrijf Amazon, dat weinig last van de crisis ondervindt, haalde zopas met de vingers in de neus tegen een bodemrente 10 miljard dollar op met een obligatielening.

Er zijn dus verklaringen voor de beurseuforie. Die leidt er echter toe dat de financiële wereld steeds verder loskomt van de werkelijke wereld. Beursgenoteerde bedrijven vormen een bubbel die niet representatief is voor de reële economie, waarin vele kleine en middelgrote ondernemingen vechten om te overleven.

Dat die twee werelden zo sterk van elkaar vervreemden, kan de beleggers en de beursgenoteerde bedrijven op termijn zuur opbreken. Ooit moet de gigantische factuur van de coronacrisis worden betaald. En door hun feestgedrag in sombere economische tijden reiken ze ongewild de argumenten aan dat daarvoor bij hen zal worden aangeklopt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud