Redacteur Politiek

N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft overschot van gelijk als hij vindt dat de regering zich moet herpakken. De verwachtingen zijn hoog, het werk nog groter en de omstandigheden gunstig. Als het nu niet kan, wanneer dan wel?

De dash is een beetje uit de ploeg, zei N-VA-voorzitter Bart De Wever vrijdagavond in Ter Zake. Een zwak momentje, reageerde vice-premier Kris Peeters dit weekend op die uitspraak. Maar De Wever heeft een punt: het zwak momentje is voor Peeters & co in de federale regering.

De cijfertabel die het pijnlijk duidelijk maakt, stond vorige week in de economische vooruitzichten van de Europese Commissie. Als de regering niet ingrijpt, wordt het gat in de begroting de komende jaren weer groter. Voor een regering die zich voornam in 2018 het gat dicht te rijden, betekent dat een mission not accomplished.

Het klopt dat andere dingen wel goed zitten. De groei blijft stabiel, de schuld daalt en ook de werkloosheid gaat verder omlaag. Er zijn nieuwe jobs gecreëerd in de privé-sector en een deel daarvan is ontegensprekelijk het gevolg van de tax shift.

Maar dat gat in de begroting, dat België kwetsbaar maakt als de rente weer begint te stijgen, is er dus nog altijd. We dreigen bovendien het moment voor een beursgang voor Belfius te missen. En er is weinig of geen debat over de mate waarin een verdere privatisering van Proximus of Bpost zinvol kan zijn. Van een centrum-rechtse regering zou je normaal gezien zoiets verwachten.

Het doet de vraag rijzen of we misschien te veel hebben verwacht van deze regering. Uiteindelijk is de laatste ernstige poging om België voor te bereiden op de vergrijzing gebeurd met het generatiepact van de regering-Verhofstadt. Nadien kwamen de jaren van politieke crisis, de jaren zonder regering en dan uiteindelijk de financiële crisis. De regering-Di Rupo leverde daarna goed werk om België in die woelige omstandigheden stabiel te houden – en deed een welkome pensioenhervorming - waarna de regering-Michel voor het eerst in een decennium aantrad met een helder hervormingsmandaat.

Het doet ook de vraag rijzen wat er was gebeurd als CD&V er niet voor gekozen had om het premierschap van Kris Peeters op te offeren voor een ‘topjob’ in de Europese Commissie, om vervolgens zich op de linkerflank te gaan zetten. Wat als CD&V haar rol in het centrum van het regeringsbeleid had opgenomen en wél voluit mee de hervormingsagenda van de regering had uitgevoerd in plaats van te proberen centrum-rechts vooral te doen lijken op een klassieke tripartite. Misschien is toen al de dash verdwenen.

En het doet ook de vraag rijzen wat we dan in 2019 mogen verwachten: verdere economische hervorming of communautaire strijd? N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft altijd duidelijk gemaakt dat die twee de keerzijde vormen van dezelfde medaille: de N-VA-logica is dat ofwel België ook werkt in het voordeel van de Vlamingen, ofwel de Vlamingen een andere, eigen, staat nodig hebben.

Het toont hoe belangrijk het is dat de ‘dash’ terug keert. Want er waren wel degelijk redenen om veel te verwachten van deze regering. Ze heeft het meest economische ruggenwind sinds de jaren-Verhofstadt. Ze heeft genoten van een verkiezingsloze drie jaren. En het werk is allesbehalve af.

Het pijnlijke is dat er het komende jaar sowieso al te veel tijd zal gaan naar lokale verkiezingen, naar de verdere zoektocht naar een Arco-deal die eigenlijk niet kan en naar het achterhoedegevecht om via uitzonderingen voor zware beroepen de pensioenhervorming uit te hollen. Al die kostbare tijd zou beter besteed kunnen worden.

Het zou goed zijn moest ter compensatie daarvan ook de hervormingen en besparingen onder stoom kunnen blijven, zodat we minder kwetsbaar zijn als de rente stijgt, en een volgende regering wat meer zuurstof krijgt om hetzelfde beleid van deze regering voort te zetten. Maar dan met een sterker centrum in plaats van een links-rechts-polarisering binnen de regering. En met meer dash.

Lees verder

Gesponsorde inhoud