De Belgische Black Lives Matter-erfenis

Redacteur Politiek

Als George Floyd een politieke erfenis verdient, dan is het dat de strijd tegen discriminatie - die het voorbije jaar wat van haar Black Lives Matter-vuur heeft verloren - genoeg aandacht blijft krijgen.

Elf maanden na de dood van George Floyd heeft een jury in de Amerikaanse stad Minneapolis de voormalige politieagent Derek Chauvin woensdag schuldig bevonden aan doodslag. Met de veroordeling trekt de Amerikaanse justitie een streep onder een zaak die door de schokkende beelden van Floyds doodstrijd nazinderde tot ver buiten de Amerikaanse grenzen. De Black Lives Matter-beweging (BLM), die in de VS erg gericht is op raciaal politiegeweld, zette ook bij ons het debat over racisme en discriminatie op scherp.

Het begon bij een herlezing van de vaderlandse geschiedenis. Koning Filip drukte eind juni vorig jaar zijn 'diepste spijt' uit over de gruweldaden die in het koloniale verleden van België en Leopold II zijn gebeurd. De stad Gent besloot het standbeeld van Leopold II aan het Zuidpark weg te halen. De Kamer installeerde een bijzondere commissie over het koloniale verleden.

Van het verleden ging de discussie ook naar hier en nu. Te midden van de BLM-discussies veroorzaakte Vlaams vice-minister-president Bart Somers (Open VLD) vorig jaar een crisisje in de Vlaamse regering: hij probeerde praktijktesten in te voeren, die discriminerende verhuurders of werkgevers moeten ontmaskeren. De veroordeling van Chauvin roept daarom onvermijdelijk de vraag op wat de Black Lives Matter-beweging het voorbije jaar in België heeft veroorzaakt.

Een eerste vaststelling is dat de politieke energie van toen is verdampt. De coronazorgen hebben de discussie over standbeelden ingehaald. De Congocommissie in de Kamer moet nog goed en wel aan haar delicate opdracht beginnen. En de grote ironie van het moment is dat een van de parlementsleden die vorig jaar het voortouw namen in de discussies van haar voetstuk is gevallen: Sihame El Kaouakibi.

Dat de politieke energie van tijdens de BLM-discussies vorig jaar is verdampt, betekent niet dat de richting is veranderd.

Dat de politieke energie is verdampt, betekent niet dat de richting is veranderd. De Congocommissie is opgericht en zal haar werk moeten doen. En de Vlaamse regering heeft vandaag wel degelijk een plan om via nepsollicitaties discriminatie bij aanwervingen in kaart te brengen.

Sommigen vinden dat te radicaal, anderen te weinig radicaal. Maar het plan heeft een brede steun: 33 bedrijfssectoren, die samen 1,9 miljoen werkende Vlamingen vertegenwoordigen, doen vrijwillig mee. Nog zo'n teken des tijds is dat Proximus woensdag Ibrahim Ouassari, de 39-jarige oprichter van het techproject MolenGeek, aanstelde tot lid van de raad van bestuur. Misschien was de Black Lives Matter-beweging wel de vonk die nodig was om een vuur te ontsteken dat vandaag op een lager pitje brandt en moet blijven branden.

Nog altijd hebben mensen van allochtone afkomst niet dezelfde jobkansen als anderen. Niet alleen ethisch is dat verkeerd, ook vanuit een welbegrepen eigenbelang klopt dat plaatje niet. Niet voor bedrijven, die voeling moeten houden met hun almaar diversere klanten. En niet voor de overheid, die terecht ambieert 80 procent van de arbeidsbevolking aan de slag te krijgen. Als George Floyd een politieke erfenis verdient, dan is het dat de strijd tegen discriminatie aandacht blijft krijgen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud