algemeen hoofdredacteur

Het verschil tussen werken en niet werken interessanter maken, het is een no-brainer. Toch is het oppassen voor foutieve recepten. Want er is meer aan de hand.

Een breed ongenoegen voedt de motor van extreme partijen. Tenzij de verkiezingscampagne alsnog abrupt in een andere plooi wordt gelegd door een plotse gebeurtenis, wijst alles erop dat de winst van die extremen niet te stoppen valt op 9 juni.

In een artikelenreeks onderzoekt De Tijd de oorzaken van dat grote ongenoegen. De perceptie van een afgenomen koopkracht is een eerste. Perceptie, lang geen alomtegenwoordige realiteit. Gemiddeld kan de Belg met zijn inkomen 4 procent meer kopen dan in 2019, leren cijfers van de Nationale Bank. Dat gemiddelde maskeert evenwel dat er voor een groep 'working poor' wel degelijk een probleem is, dat de afgelopen regeerperiode bovendien verergerde.

Advertentie

Werkenden met een laag loon genoten dan wel meermaals van een automatische indexering, doordat die in procenten in plaats van centen gebeurt, biedt dat maar gedeeltelijk soelaas voor de fors gestegen voedingsprijzen en energie. Vaak is het net die groep die in energie slurpende huizen woont. Hoge lonen profiteerden meer van de indexering, waardoor de inkomensverschillen gestegen zijn.

Uitkeringen, zoals de werkloosheidsvergoeding of de leeflonen, liet deze regering sneller stijgen dan de index. Tal van sociale voordelen komen terecht bij niet-werkenden. Vaak valt de lagere werkende middenklasse, een brede groep, uit de boot. Het gevolg: in te veel gevallen is het verschil tussen werken en niet werken te klein.

Voor wie zich die uitgeperste citroen voelt, steekt het dat een kleine minderheid van sociale systemen profiteert.

Het regende de afgelopen dagen voorstellen om daar iets aan te verhelpen. (Centrum-)rechtse partijen als Open VLD en de N-VA willen het verschil tussen werken en niet werken optrekken tot minstens 500 euro netto, linkse partijen zoals de PS en Vooruit door het verplichte minimumloon op te trekken tot respectievelijk 2.800 en 2.500 euro. Een goed idee om mensen die bijdragen ook goed te betalen. Alleen betalen Belgische bedrijven al bijzonder hoge brutolonen, door de hoogste lasten op arbeid.

Zomaar de werkgevers verplichten om een hoger brutominimumloon uit te betalen is dan ook niet het juiste recept. Een hoger nettoloon voor wie werkt en bijdraagt, komt al dichter in de buurt. Hetzelfde geldt voor de graduele afbouw van sociale voordelen als je meer verdient, wat een promotieval - waarbij opslag in sommige situaties wegbelast wordt - moet vermijden. Al die recepten komen uit bij een broodnodige fiscale hervorming, de werf die Vivaldi verzuimde op te pakken.

Werkbaar werk is nog vaak een holle kreet. Dat voedt het ongenoegen.

Er is ook nog iets anders. Bij de werkenden speelt ook het gevoel mee dat mensen het professioneel niet allemaal rondgefietst krijgen. Toch wordt er gemiddeld niet meer uren gewerkt. Zijn mensen minder veerkrachtig door maatschappelijke druk? Mogelijk. Zijn bedrijven verplicht, onder het juk van de concurrentiedruk en een moordende parafiscaliteit, om nog productiever te worden, waardoor de werkdruk nog toeneemt? Ook. Werkbaar werk is nog vaak een holle kreet. Dat voedt het ongenoegen.

Voor wie zich die uitgeperste citroen voelt, steekt het dat een kleine minderheid van het systeem profiteert: geen beperking van de werkloosheid in de tijd, geen afdoende sancties voor wie profiteert van een leefloon ondanks andere bronnen van inkomen, of voor wie profiteert van de ziekteverzekering, een slag in het gezicht van al wie echt ziek is.

Creëer als overheid echt ruimte voor werkbaar werk, ook daar kunnen fiscale incentives helpen. Maak de doelstelling van werkbaar werk bindend, maar laat de manier waarop we dat doen aan werkgevers en werknemers. Al te vaak mondden goede bedoelingen voor werkbaar werk uit in onwerkbare administratie. Help bedrijven echt bij het organiseren van zinvol levenslang leren. Zorg voor meer begeleiding voor wie van job en sector verandert - dat laatste is een taak voor de Vlaamse regering en de VDAB, die op dat vlak beter moet draaien. Het ongenoegen wegnemen zal op vele fronten moeten gebeuren.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.