De dreiging van vechtfederalisme

Redacteur Politiek

De verleiding om straks via een blokkage tussen de federale en de Vlaamse regering partijgevechten te voeren wordt bijzonder groot, leert een vooruitblik op de week.

Met een autokaravaan van naar schatting 5.000 met geelzwarte vlaggen getooide wagens hield het Vlaams Belang dit weekend zijn succesvolste manifestatie in decennia. Zelfs N-VA-voorzitter Bart De Wever, die nogmaals zijn afkeer voor de extreem-rechtse partij uitte, noemde het op de Zevende Dag een ‘indrukwekkend protest’ en vond dat VB-voorzitter Tom Van Grieken het ‘clever’ gespeeld had. En hij vervolgde dat de N-VA de komende jaren zal ‘verdedigen op rechts en aanvallen in het centrum’.

Daarmee doelde hij op de spreidstand waarin hij deze week wellicht officieel komt te staan. Terwijl maandag in de septemberverklaring Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) hoopt een doorstart te maken na een te middelmatig eerste jaar, maakt de N-VA zich op om keiharde oppositie te voeren tegen de federale Vivaldi-coalitie.

Tot die coalitie behoren ook de groenen en de socialisten, die deze week in het Vlaams Parlement ongetwijfeld zullen wijzen op de te weinig sociale en ecologische accenten in het beleid van de Vlaamse regering. Want die twee Vivaldi-partijen zitten daar in de oppositie.

Dat een partij federaal bestuurt en Vlaams niet – of omgekeerd – is niet nieuw. Het overkwam Open VLD  van 2009 tot 2014 (federaal in de meerderheid, Vlaams niet), de sp.a van 2008 tot 2011 (Vlaams in de meerderheid, federaal niet) en de N-VA voor het gros van 2008 tot 2014 (Vlaams in de meerderheid, federaal niet).

Toch is de situatie die zich deze week aankondigt uitzonderlijk. In het Vlaams Parlement tellen de N-VA, Groen en de sp.a samen 63 van de 124 zetels. Dat af en toe een partij op twee benen hinkt zijn we gewoon, maar niet dat de helft van het parlement dat doet.

Het maakt dat maar voor vier partijen de opdracht de komende jaren duidelijk is: aan de uiteinden van het politieke spectrum zullen het Vlaams Belang en de PVDA al hun duivels ontbinden tegen elke regering, zoals ze nu al doen. En in het centrum besturen Open VLD en CD&V overal. Tussen die twee duo’s gaapt een schemerzone die de helft van de Wetstraat beslaat.

Daar komt nog iets bij: het is van de Vlaamse regering-Leterme (2004-2007) geleden dat een partij die de Vlaamse minister-president leverde federaal niet mee bestuurde. De ervaring van toen leerde dat ‘vechtfederalisme’ nooit veraf was. Een van de epische gevechten van dat tijdsgewricht ging over de splitsing van de tweetalige kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde: toen de federale regering-Verhofstadt weigerde die beslissing te nemen, leidde dat tot een crisis in de Vlaamse regering waarbij zelfs het Vlaams Parlement enkele dagen dicht ging.

Wie de hevigheid van de oppositiepartijen ziet, beseft hoe lastig het wordt voor de liberalen, socialisten, groenen en CD&V om vanuit het centrum straks een federaal verhaal te schrijven dat ambitieus genoeg blijft. Wie ziet hoeveel partijen in één regering zitten en niet in andere, merkt een bijkomende hindernis op: de verleiding om straks in vechtfederalisme te vervallen wordt bijzonder groot. Er zal koelbloedigheid in het centrum nodig zijn om dit te doen lukken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud