De elektrische motor sputtert

Senior writer

Dat marktleider Tesla een versnelling terug moet schakelen, is ook voor Europese autoconstructeurs met elektrische ambities een onheilspellend teken.

Tesla kent een moeilijk moment. De bouwer van elektrische wagens kon in het eerste kwartaal van dit jaar minder exemplaren slijten dan verhoopt. De beurskoers zakt. Topman Elon Musk grijpt in. Hij zet het mes in het personeelsbestand, 14.000 banen verdwijnen. Tesla is wereldwijd nog altijd de grootste producent van elektrische wagens. Maar ook hij ontsnapt niet aan de malaise die die markt sinds enige tijd in haar greep houdt.

De hype is over zijn hoogtepunt heen. Wie een elektrische auto wilde als statussymbool of uit overtuiging om het klimaat te redden, heeft er al eentje onder zijn carport staan. Het bredere publiek doen overstappen op elektrisch rijden is moeilijker. De kostprijs is een struikelblok. Overheden zijn almaar minder bereid om de aankoop van elektrische wagens te subsidiëren, gezien de grote bedragen die daarmee gemoeid zijn. De groeispurt is er even uit, uit de markt.

Advertentie

Tesla, dat met een mooi ogende en technologisch goede auto de markt voor elektrische wagens creëerde, krijgt af te rekenen met te duchten concurrenten die aan zijn marktaandeel knabbelen. Vooral het Chinese BYD heeft zich, met de hulp van overheidssteun, opgewerkt tot een belangrijke uitdager. Zeker in China, goed voor de helft van de markt voor elektrische wagens, waar het een thuismatch speelt.

Dat maakt het voor Tesla moeilijker om de schaalgrootte te halen die vereist is om echt winstgevend auto’s te kunnen bouwen. En dat Musk met prijsverlagingen moet uitpakken om het marktaandeel te beschermen, helpt niet om de rendabiliteit op peil te houden: de winst van Tesla daalde in 2023 met bijna een kwart.

Het doet de vraag rijzen hoe duurzaam het businessmodel van Tesla is. Maar als de nummer één in zijn sector het al niet gemakkelijk heeft, hoe zit het dan met de traditionele autobouwers in Europa die lang zijn blijven inzetten op benzine- en dieselwagens en die nu worstelen met de productie van elektrische wagens?

Zonder bescherming dreigt de Europese auto-industrie, goed voor 13 miljoen jobs, te worden weggevaagd.

Technologisch hinken ze achterop, voor batterijmaterialen zijn ze afhankelijk van Azië – China! – en ze missen schaalgrootte in het elektrisch segment. Zo is het moeilijk opboksen tegen Tesla en tegen de Chinese autoproducenten.

Voor Europa staat er veel op het spel. De autosector is er goed voor 13 miljoen directe en indirecte jobs. Zonder beschermingsmaatregelen dreigt hij grotendeels te worden weggevaagd. Maar bescherming komt met een prijskaartje, en maakt elektrische wagens duurder voor de Europese consumenten.

Europa kan eisen dat Amerikaanse en Chinese autogroepen ook hier hun elektrische wagens bouwen. En sommige doen dat al: Tesla heeft een fabriek in Berlijn, het Chinese Geely bouwt elektrische Volvo’s in Gent. Dat is maar een halve oplossing. Het is enkel werk in onderaanneming, de knowhow zit bij de buitenlandse groepen.

Op middellange termijn blijft Europa voor de snelle vergroening van zijn wagenpark afhankelijk van niet-Europese autogroepen. Heffingen op de invoer van Chinese elektrische wagens dienen de Europese klimaatzaak niet. Tegelijk moet Europa erover waken dat zijn eigen auto-industrie de omslag naar elektrische wagens overleeft. Beide doelstellingen verzoenen vergt een delicate balanceeract.   

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.