De Indiërs zijn er al

Premier Guy Verhofstadt is naar India vertrokken voor de promotie van de notionele intrest, een fictieve rente op het eigen vermogen die bedrijven fiscaal in mindering mogen brengen. Het stelsel moet ons land interessanter maken voor buitenlandse investeringen.

(tijd) Die investeringen zijn steeds meer afkomstig van zogenaamde opkomende economieën. Bedrijven uit China, Korea, Brazilië en India investeren meer in andere landen. Een kwart van alle multinationals komt uit een gewezen ontwikkelingsland.

De overname van Arcelor door het Indiase Mittal Steel ligt nog vers in het geheugen. En vorige week ging de Nederlands-Britse staalgroep Corus akkoord met een overnamebod van het Indiase staalconglomeraat Tata Steel. In ons land kwamen eerder al Pauwels Trafo, Docpharma en Hansen Transmissions in Indiase handen.

De Indiërs moeten dus niet meer komen, ze zijn er al. Indiase investeerders blijken door ons land gecharmeerd. Als het om buitenlandse investeringen van Indiase bedrijven gaat, komt ons land op de derde plaats, na de Verenigde Staten en na de kolonisator van destijds, het Verenigd Koninkrijk. De notionele intrest moet ons land bij de Indiërs nog geliefder maken. Dat zal wellicht lukken, maar de vraag is in welke mate onze economie daar beter van wordt. Om van de notionele intrest te kunnen genieten volstaat het een financieringsvennootschap op te richten die twee man en een paardenkop tewerkstelt.

De federale regering gaat ervan uit dat de financieringsvennootschappen worden gevolgd door investeringsvennootschappen. Het is een gok, maar wat India betreft een beredeneerde gok. Belgische bedrijven besteden steeds meer werk uit aan Indiase bedrijven en gaan ook steeds meer goedkoop ter plekke produceren. Maar per saldo blijken de Indiase bedrijven meer in ons land te investeren dan omgekeerd.

Bovendien blijkt ook de vrees ongegrond dat de Indiase bedrijven hier enkel investeren om zich onze knowhow eigen te maken. Zowel bij Pauwels Trafo als Docpharma en Hansen Transmissions luidt het enthousiast dat de Indiërs toegevoegde waarde hebben gecreeerd. En als we Peter Verplancken, de Vlaamse economische vertegenwoordiger in India, mogen geloven, zijn ook de Indiërs zeer te spreken over ons land. 'Ze zijn enthousiast over de ligging, de markttoegang, de productiviteit en de technologie van ons land.'

Maar voor alles past enige relativering. Alle investeringen van Indiërs in België en vice versa kunnen niet beletten dat diamant nog steeds 85 procent van de Belgische uitvoer naar India en 54 procent van de invoer uit India voor zijn rekening neemt. Bovendien exporteert dit landje met zijn 10 miljoen inwoners nog altijd drie keer meer dan India met zijn miljard inwoners.

Dat kan vlug veranderen. De mogelijkheden van India zijn enorm. Maar de uitdagingen waarvoor het staat, zijn al even groot. Het grootste deel van de Indiërs leeft nog steeds in bittere armoede. Consumeren is aan hen niet besteed. Zolang de Indiërs er niet in slagen de vruchten van de economische groei beter te spreiden, zal India het land van de onderbenutte mogelijkheden blijven.

Stefaan Huysentruyt

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud