De pak-de-poen-show

De premies voor vrijwillig vertrek bij VW Vorst zijn zo'n succes dat er te weinig personeel over dreigt te blijven om de fabriek herop te starten. Heel wat werknemers verkiezen de zekerheid van de poen boven de onzekerheid van verdere tewerkstelling.

Je kan ze dat moeilijk verwijten. Maar het zorgt wel voor afgunst, niet het minst bij de werknemers van de vele toeleveringsbedrijven van VW Vorst die onder veel minder vorstelijke condities zullen moeten vertrekken. En over de afvloeiingsvoorwaarden bij de talloze kmo's die herstructureren of over de kop gaan, kraait geen haan.

Ook in het werkgeverskamp zorgen de hoge premiers voor tandengeknars. VW heeft namelijk een precedent geschapen dat bij toekomstige herstructureringen navolging dreigt te krijgen. Dat zal het imago van ons land in het buitenland alweer niet ten goede komen. We hebben al de naam een duur land te zijn met hoge loonkosten. Nu dreigen we ook nog onbetaalbaar te worden bij herstructureringen.

Wat bezielt VW vrijwillige vertrekpremies toe te kennen die volgens Agoria, de federatie van de technologische industrie, twee tot driemaal hoger liggen dan gebruikelijk? Het is mogelijk dat het concern last heeft van zijn geweten. Maar waarschijnlijker is dat de autoconstructeur zijn imago niet nog verder in de vernieling wil rijden door al te krenterig te doen. Bovendien mogen de premies naar Belgische normen dan al hoog zijn, naar Duitse normen zijn ze dat niet. Ten slotte, maar niet in het minst, is er nog het Generatiepact, dat hier een contraproductieve rol speelt. Het pact maakt het lastiger en duurder om bij herstructureringen tot gedwongen ontslagen over te gaan. Dus heeft een werkgever er alle belang bij het aantal vrijwillige vertrekkers te maximaliseren.

Ook de overheid wordt beter van de hoge premies. Naargelang het inkomen en de familiale situatie van het personeelslid vloeit 40 tot 60 procent van het brutobedrag naar fiscus en sociale zekerheid. Bovenop dat brutobedrag betaalt VW nog eens een werkgeversbijdrage. Dat betekent dat meer dan helft van de totale kostprijs van de premies voor VW bij de overheid terechtkomt.

Toch zijn de inkomsten die de overheid uit de premies puurt klein bier in vergelijking met het vele geld dat diezelfde overheid neertelt om de autoassemblage in België en in Vorst te houden. Zo worden, vooral ten behoeve van de auto-assembleurs, de lasten op nacht- en ploegenarbeid volgend jaar verder verlaagd. Daarnaast zal VW Vorst in het overbruggingsjaar 2007 ook massaal een beroep kunnen doen op door de overheid gefinancierde technische werkloosheid. Als directie en vakbonden van Vorst ervoor opteren om het nog beschikbare werk in 2007 onder een maximaal aantal werknemers te verdelen, mag VW rekenen op een premie voor arbeidsduurverkorting.

De autosector in dit land ontpopt zich meer en meer tot een nieuwe nationale sector. Omwille van de werkgelegenheid wordt door de overheid massaal geïnvesteerd om een sector van de oude economie in volle wasdom te houden. De overheid zou er beter aan doen de onvermijdelijke reconversie van de sector sociaal te begeleiden en daarnaast massaal in te zetten op de nieuwe economie.

Stefaan HUYSENTRUYT

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud