Redacteur Politiek

Het zicht op het einde van de coronamaatregelen dwingt werkgevers tot een ingrijpende denkoefening: het kantoorleven herorganiseren met het beste van telewerk en het prepandemieleven.

Daar kwam ze dan, op een regenachtige dinsdagmiddag in mei: de langverwachte boodschap van verlossing. Als de vaccinatiecentra het stevige tempo kunnen aanhouden en de druk op de intensieve zorg afneemt, gaan de deuren van de samenleving binnen een maand verder open.

Dan kunnen we weer op café en op restaurant, naar de cinema, het theater of de bowling, naar de fitness, de training of de sauna, naar huwelijken, erediensten en de kermis. Wie alsnog wil thuisblijven, kan daar opnieuw vier gasten ontvangen. Nog altijd zullen er voorwaarden en beperkingen zijn, maar het perspectief is er.

De opsomming van activiteiten die straks weer kunnen, toont dat we dat perspectief zien in mensen ontmoeten, feesten, drinken, eten en sporten. Het is de wereld van onze familie en vrienden die zich weer opent.

Hetzelfde geldt voor de wereld van het kantoorleven, waar de verplichting tot telewerk vanaf 9 juni wordt gelost. Daarmee eindigt deze zomer het wellicht grootste experiment ooit op de werkvloer: het verplichte thuiswerken van bijna alle Belgische bedienden.

Na de opluchting over de coronaversoepeling staan werkgevers voor de opdracht de balans tussen thuis- en kantoorwerk te vinden.

Het is interessant die brute noodmaatregel - want dat was het - als een experiment te zien omdat dat tot de logische vraag leidt wat we hebben bijgeleerd. Dat is dat we voor de pandemie in ons werkleven vaak zwichtten voor een overload aan fysieke meetings, onnodig lange kantooruren en pendelfiles. De lockdown duwde ons in het andere uiterste: een overdaad aan digitale meetings, waarbij het vaak niet meer duidelijk is wanneer de werkdag eindigt en de privé- of gezinstijd begint.

Tegelijk hebben we van beide systemen ook de voordelen ervaren. Op kantoor aanwezig zijn kan mentale rust geven omdat er routine, structuur en een fysieke barrière tussen werk en gezin is. Het biedt de mogelijkheid tot sociale contacten met mensen die in hetzelfde soort werk geïnteresseerd zijn en maakt het makkelijker te volharden in lastig of saai maar nodig werk, omdat je het in groep kan aanpakken.

Thuiswerk laat dan weer toe de files over te slaan, tussendoor kleine huishoudelijke taakjes te doen, kinderen van school te halen en gezonder te eten, al is het maar omdat je tijdens een vergadering perfect iets op je fornuis kan laten pruttelen. Zoom-meetings hadden bovendien het voordeel dat mensen stipter op tijd kwamen en zich strakker aan het vergaderthema hielden.

Na de opluchting over de coronaversoepeling staan werkgevers daarom voor de opdracht het beste van die twee werelden te kiezen. Het wordt een balans tussen thuis- en kantoorwerk, wat tot chaos dreigt te leiden als iedereen daarvoor andere dagen kiest. Het zal dwingen te beslissen welke vergaderingen het best worden vervangen door een e-mail, welk praktisch overleg nog altijd via Zoom kan en welke strategische brainstorm best in levenden lijve gebeurt. 'En présentiel', heet zo'n fysieke meeting in het Frans, alsof het om een plechtstatig voorrecht gaat. Wat het ergens ook is.

Het wordt geen makkelijk evenwicht in het nieuwe kantoorleven, maar het zou zonde zijn het niet te zoeken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud