De tandpasta van de centrale bankiers

De Amerikaanse centrale bank verhoogde gisteren de rente voor de zeventiende opeenvolgende keer. Daardoor bedraagt de basisrente in de Verenigde Staten nu 5,25 procent, tegenover 1 procent twee jaar geleden.

(tijd) Nochtans gingen economen er enkele weken geleden van uit dat Fed-voorzitter Ben Bernanke een pauze zou inlassen. Maar sindsdien regende het tegenvallend inflatienieuws. De globale inflatie in de VS klom dit jaar voor het eerst sinds 1991 boven 4 procent.

Het klopt dat een belangrijk deel van de hogere inflatie het gevolg is van de dure olie. Sinds de jaren zeventig verschuilen Amerikaanse centrale bankiers zich graag achter het begrip 'kerninflatie'. Die haalt uit de korf consumptieartikelen de verbruiksgoederen die de onhebbelijke gewoonte hebben al eens fors in prijs te durven stijgen. Zo houdt de kerninflatie geen rekening met voeding en energie, ook al nemen die twee een flinke hap uit een gemiddeld gezinsbudget.

Intussen zijn er zowel in de VS als in Europa evenveel inflatiegraadmeters als er centrale bankiers zijn. Maar al die inflatiegraadmeters geven dezelfde boodschap: wat er ook in de korf zit, de inflatie stijgt.

Je moet geen centrale bankier zijn om vast te stellen dat de dure olie zich ook in hogere kerninflatie vertaalt. Denk maar hoe moeilijk het geworden is nog bodemtarieven voor vliegtuigtickets te vinden. Ook andere bedrijven rekenen hun hoge energiefactuur aan de eindverbruiker door.

Niet alleen bij de Fed groeit de zenuwachtigheid. De Japanse centrale bank maakt volgende maand waarschijnlijk een eind aan vijf jaar nulrente. En bij de Europese Centrale Bank jeukt het om al begin augustus de rente opnieuw te verhogen, kort na de ingreep begin deze maand.

Centrale bankiers doen er goed aan de inflatie angstvallig in te gaten te houden. Inflatie is als tandpasta: eenmaal ontsnapt, is ze moeilijk weer in een keurslijf te stoppen. Ook al is de kans op een nieuwe opwaartse loon-prijsspiraal gering, de stagflatie van de jaren zeventig bewees dat de economische gevolgen zo nefast zijn dat centrale bankiers maar beter preventief kunnen optreden.

Vooral omdat zo'n preventieve renteverhoging de economie nog niet in gevaar brengt. Ondanks de hogere marktrente, bereikte de groei van de woon- en bedrijfskredieten vorige maand in de eurozone een record.

De risicoaverse spaarder heeft in de inflatieaverse centrale bankier een bondgenoot. De grootbanken verhoogden gisteren in reactie op de hogere marktrente de kasbonrente. De kasbon op één jaar rendeert voor het eerst in vier jaar bruto meer dan 3 procent. Nog steeds verre van royaal, maar in tegenstelling tot de volatiele aandelenmarkten wel verzekerd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud