column

De traagheid van verandering

Redacteur Politiek

Ondanks alle politieke retoriek zijn de gelijkenissen tussen de regering-Michel en de regering-Di Rupo groter dan de verschillen. Al kan de echte verandering in een klein hoekje zitten.

De N-VA heeft het over de kracht van verandering. De PS noemde de regering-Michel al de meest asociale regering sinds de Tweede Wereldoorlog. Is het werkelijk zo erg? Er waren al redenen om daaraan te twijfelen. Zelfs zonder de PS zal de Belgische overheid in 2016 nog altijd 52,6 procent van het bruto binnenlands product spenderen, leerden de vooruitzichten van de Europese Commissie al. En nu blijkt uit cijferwerk van de Nationale Bank dat de regering-Di Rupo het overheidsbudget voor 3,6 miljard euro heeft bijgestuurd. De regering-Michel doet volgens de plannen in het regeerakkoord exact hetzelfde: 3,6 miljard euro. Een breuk kan je dat niet noemen.

Wel zijn er accentverschillen. De regering-Di Rupo zocht vooral naar extra belastingen, de regering-Michel legt de nadruk op besparingen. Maar opnieuw valt op wat hen bindt: in vergelijking met de inspanningen die premiers als Jean-Luc Dehaene en Wilfried Martens vroegen van de Belgische bevolking, viel het onder Elio Di Rupo en nu onder Charles Michel eigenlijk best mee.

Het leert in de eerste plaats hoe weinig we doen en hoeveel ophef zelfs dat veroorzaakt. Maar het leert ook hoe klein de marge is om het beleid in België bij te sturen. Die analyse geldt voor beide kanten van het politieke spectrum. Elio Di Rupo botste op de realiteit van de financiële markten, die hard aankomt voor een land met veel overheidsschuld. Hij botste ook op de Europese Commissie, die niet nalaat België op die economische realiteit te wijzen.

Omgekeerd botste de regering-Michel al op de macht van de vakbonden, die vooral de regeringspartij CD&V nerveus maakten en een uitgesproken centrumrechts beleid verhinderen. Ook economisch is de manoeuvreerruimte beperkt: de groei is laag, de inflatie eveneens, op de investeringen is al jaren bespaard en de vergrijzingskosten zijn hoog. Veel bewegingsruimte om drastisch van koers te veranderen is er niet.

Daarom zal de echte verandering - als ze lukt - elders zitten. Als deze regering er bijvoorbeeld in slaagt de bedrijfscultuur van de NMBS te veranderen, zien we misschien tegen het einde van de legislatuur Belgische spoorwegen die wél de vergelijking met buitenlandse sectorgenoten kunnen doorstaan. Zoals dat eerder wel lukte met de RTT en De Post. De opdracht is lastig, maar als het lukt, is wél het verschil gemaakt.

Of misschien zit de verandering in de taxshift die de lasten op arbeid eindelijk ernstig doet dalen en werken harder aanmoedigt. Al is het de jongste weken moeilijker geworden om over dat plan echt optimistisch te zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud