Net als vijf jaar geleden herleiden de verkiezingsdebatten zich heel snel tot de keuze tussen besparen en belasten.

Het zegt veel over België dat woensdagavond in Tour & Taxis twee zwaargewichten van de Belgische politiek de degens kruisten, zonder elkaar te kennen.

Bart De Wever, sinds 2004 voorzitter van de N-VA, en Jean-Marc Nollet, van zijn 29ste al minister, waren nog nooit rechtstreeks met elkaar in debat gegaan. Ze hadden elkaars gsm-nummer zelfs niet. Ergens verbaast dat niet. Wie in Vlaanderen woont, màg niet op Nollet stemmen. Wie in Wallonië woont, màg niet op De Wever stemmen. In die zin was ‘het duel’ een verkiezingsdebat zoals het alleen in België kan.

De echte verdienste van het Tijd/L’Echo-debat ligt daarom elders: het toonde al van bij de aftrap van de verkiezingscampagne hoe moeilijk de kaarten zullen liggen na 26 mei. Als we ervan uitgaan dat extreemlinks en extreemrechts buiten de politieke rekenkunde voor de regeringsvorming vallen, illustreerden De Wever en Nollet de maximale spanbreedte die na de verkiezingen moet worden overbrugd om een regering te vormen.

Van bij de aftrap van de verkiezingscampagne is het al duidelijk hoe moeilijk de kaarten zullen liggen na 26 mei.

Het debat maakte niet alleen duidelijk hoe groot die afstand is, maar ook hoe snel ze herleid wordt tot economische keuzes. De Wever herhaalde dat hij de klimaatdoelstellingen aanvaardt, net zoals Nollet. Maar hij wil ze halen zonder extra belastingen.

Beiden willen dat het verschil tussen aan de slag blijven en een werkloosheidsuitkering groter wordt voor mensen met een laag loon. Maar De Wever wil dat realiseren door de werkloosheidsuitkering na twee jaar te doen stilvallen, terwijl Nollet de loonkosten omhoog wil.

De meningsverschillen over migratie zijn ethischer van aard, al is ook daar het economische niet ver weg. Beiden willen dat meer mensen die nieuw zijn in België sneller aan het werk gaan. Maar de N-VA wil daarom ook selecteren wie binnenkomt, terwijl Ecolo het als een ethische plicht ziet te helpen wie in nood is, ongeacht de aantallen.

Kantelpunt

Het maakt van de verkiezingen van 26 mei opnieuw een kantelpunt. Vijf jaar geleden was dat eveneens zo. Ook toen stond België op het kantelpunt tussen een centrumrechts of een centrumlinks beleid. Voor het eerste ontbreekt de steun in Franstalig België. Voor het tweede ontbreekt de steun in Vlaanderen. En dat gebrek aan consensus is de voorbije vijf jaar groter geworden, niet kleiner.

Het midden van de Belgische politiek dreigt heel smal te worden om een regering te bouwen.

Dat bleek ook in ‘het duel’. De peilingen suggereren dat de groene familie en de N-VA na 26 mei de twee grootste fracties in de Kamer zullen vormen. Kunnen ze samenwerken in één regering? ‘In geen duizend jaar’, zei De Wever. Ook Nollet gaf toe dat die twee wereldbeelden botsten. Toch zal een akkoord op Belgisch niveau nodig zijn, want er is geen steun voor de snelle invoering van confederalisme.

En dus staan we weer op de tweesprong van twee jaar geleden: iedereen erkent dat inspanningen nodig zijn om de vergrijzingsfactuur voor de welvaartsstaat te betalen, de strijd tegen klimaatverandering te voeren en migratie beheersbaar te maken. Maar doen we dat met meer belastingen? Of met besparingen elders?

De aftrap van de verkiezingscampagne suggereerde dat het weer honderden dagen zal duren om die keuze te maken, tenzij opnieuw een regering aantreedt die niet in ieder landsdeel een meerderheid heeft. Maar het midden van de Belgische politiek dreigt heel smal te worden om een regering te bouwen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud