De vuurlinie in gestuurd

De banken worden de vuurlinie in gestuurd om de aanrollende economische coronacrisis af te remmen. Ze zijn daartoe het best geplaatst.

De regering, de Nationale Bank en de banken zijn het eens geworden over een tijdelijk betalingsuitstel voor gezinnen en bedrijven die het door de coronacrisis moeilijk hebben hun schuldverplichtingen na te komen. En er komt een waarborgregeling van 50 miljard euro voor nieuwe kredieten - overbruggingskredieten om bedrijven en zelfstandigen door de crisis te helpen - waarbij de banken de eerste schok opvangen en de overheid in tweede lijn garant staat.

‘Een bankier is iemand die je zijn paraplu leent als de zon schijnt en hem terug wil hebben zodra het begint te regenen’, luidt de boutade. Met wat de regering nu met de banken heeft afgesproken, vragen de banken die paraplu’s niet terug - wat de crisis zou verergeren. Ze zullen er integendeel een heel pak extra uitdelen. Dat moet voorkomen dat de coronacrisis een slagveld aanricht in het Belgische bedrijfsleven.

Voor de banken is het een riskante opdracht. Ze riskeren honderden miljoenen euro verliezen, misschien zelfs miljarden. Ze doen dit daarom niet met volle goesting, ze zijn door de regering als Chinese vrijwilliger aangeduid. Ze stonden nog bij de overheid in het krijt na de bankenreddingen van 2008. En geen andere economische spelers zijn beter geschikt voor deze opdracht.

Ten eerste is het openzetten van de kredietkraan absoluut nodig om deze crisis te lijf te gaan.

Ten tweede is kredietverlening een kernmetier van de banken. Ze hebben de relaties met hun bedrijvenklanten, ze hebben de kennis en de expertise. De extra kredietverlening aan de bedrijven via een ander manier organiseren zou te veel tijd kosten - tijd die er niet is - en zou bijzonder lastig zijn.

De banken moeten dit ook doen in hun eigen belang. Als de Belgische economie kapseist, gaan ze mee kopje onder.
.
.

Ten derde: door de banken vooruit te sturen wordt de overheid voor een stuk ontlast, zodat die zich op de andere gevechten kan concentreren.

Voor de banken is dit ten vierde een mogelijkheid om aan te tonen dat het maatschappelijk verantwoord ondernemen dat ze zeggen hoog in het vaandel te dragen geen holle slogan is.

En ten vijfde moeten de banken dat ook doen in hun eigen belang. Als de coronacrisis de Belgische economie helemaal op de klippen doet lopen, dreigen de banken mee ten onder gegaan.

De kans dat de banken hier zonder een schrammetje uitkomen, is nihil. Maar gelukkig hebben ze voldoende ruime kapitaalbuffers om de schok op te vangen. KBC-topman Johan Thijs, ook voorzitter van de bankenfederatie Febelfin, meent dat de banksector dit kan dragen.

Spaargeld van de Belgen

Het eerste risico ligt bij de aandeelhouders van de banken. Voor de grootbanken zijn dat de kernaandeelhouders en de particuliere en institutionele beleggers van KBC, voor BNP Paribas Fortis en ING België zijn het respectievelijk de Franse groep BNP Paribas en de Nederlandse ING Groep, en voor Belfius is het de Belgische staat zelf. Het engagement dat de banken en hun aandeelhouders op zich nemen, is niet min.

Als die schok onverwacht groot is, staat de overheid in tweede lijn klaar met de waarborgen.

Op de achtergrond is er nog een andere, impliciete waarborg. Als een bank hierdoor in de problemen komt, zal de overheid wel een reddingsboei werpen. Het spaargeld van de Belgen kan niet op het spel worden gezet. En de Nationale Bank als toezichthouder zal er vast over waken dat de stabiliteit van de banken hierdoor niet in gevaar komt. Er zijn dus een aantal verzekeringen ingebouwd.

Dit initiatief houdt in dat de Belgische bedrijven een poos aan het beademingstoestel gelegd kunnen worden. Maar dat kan niet eindeloos. Het is uitermate belangrijk dat vooral die andere strijd snel wordt gewonnen: de verdere verspreiding van het coronavirus stoppen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud