De 'zelfbewuste wereldmacht' China geeft niet om een berenmarkt

Senior writer

Een berenmarkt verontrust de Chinese leiders niet. Hun principe is dat de politiek de economie bepaalt en de Communistische Partij dus de regels oplegt.

De Chinese financiële markten zitten in een neerwaartse spiraal. Met een stortvloed aan regels veroorzaakte de Chinese overheid paniek bij de beleggers. Chinese bedrijven die in het buitenland kapitaal willen aantrekken, krijgen het almaar moeilijker. China heeft er ook geen moeite mee zijn nationale kampioenen te kortwieken, zoals een reeks technologische bedrijven mocht ondervinden.

Het lijkt erop dat president Xi Jinping de honderdste verjaardag van de Chinese Communistische Partij aangrijpt om nog maar eens te benadrukken dat de politiek het economische leven bepaalt en voorschrijft wat mag en wat niet mag. Voor buitenlandse bedrijven die in China werkzaam zijn, geldt nu een simpele regel: instemmen met de Chinese aanpak of anders oprotten.

De sterkere grip van de partij weerspiegelt zich op veel domeinen. Peking draait kritische stemmen in Hongkong de duimschroeven aan, er zijn de aanspraken in de Zuid-Chinese Zee, de dreigende taal tegen Taiwan en de genadeloze onderdrukking van de Oeigoeren.

Het economische beleid gaat resoluut dezelfde kant uit. Sinds het losbarsten van de handelsoorlog, die begon onder de vorige Amerikaanse president Donald Trump en die zijn opvolger Joe Biden onverminderd voortzet, lijkt het Chinese geduld met de rest van de wereld op. De Chinese ambities zijn torenhoog. De Aziatische reus wil een volwaardige grootmacht worden die industrieel, digitaal en militair een bepalende rol speelt op het wereldtoneel.

Het lijkt erop dat de machthebbers in Peking denken voldoende sterk te zijn om volledig op zichzelf door te groeien.

De sterker wordende privésector in China is de Communistische Partij een doorn in het oog. Grote bedrijven met een sterke kapitaalbasis spelen een almaar grotere rol in de Chinese economie en de 'captains of industry' gaan wegen op de maatschappelijke discussie. Denk aan Jack Ma van het webwinkelconcern Alibaba. De politieke leiders willen die evolutie een halt toeroepen en de staatscontrole in bepaalde sectoren opvoeren. Dat is onvermijdelijk een rem op de ontwikkeling van die bedrijven, maar dat deert de politieke leiders niet.

De opening van de Chinese economie kwam er destijds vooral uit noodzaak om het kennisniveau in de economie op te krikken. Maar het lijkt er hoe langer hoe meer op dat de machthebbers in Peking denken dat ze voldoende sterk zijn om volledig op zichzelf door te groeien. Buitenlandse experts zijn verdeeld of China het werkelijk op eigen kracht kan doen, maar de politieke leiders in Peking hebben wel voor dat scenario gekozen.

China is niet langer de 'fabriek van de wereld', de goedkope leverancier voor alles en nog wat. Het land wil de interne economie, en zo de samenleving, sturen én hanteert tegelijk een expansief economisch beleid met de zogenaamde nieuwe zijderoute. Beide zijn niet in tegenspraak, maar ze hebben een duidelijke strategie. De strategie van een zelfbewuste wereldmacht.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud