Met tweehonderd landen twee weken lang oeverloos palaveren is een ondoeltreffende manier om de strijd tegen de klimaatverandering te voeren. Een andere aanpak is nodig.

Verlengingen waren nodig om op de klimaatconferentie van Madrid een akkoord te vinden over een slotverklaring. Die heet beperkt en weinig ambitieus te zijn. Verschillende deelnemers noemden het resultaat teleurstellend.

Het geeft allemaal een groot déjà vu-gevoel. De reacties na de klimaatconferentie in het Poolse Katowice vorig jaar, die ook bijzonder moeizaam verliep en geen grote doorbraken opleverde, waren gelijkaardig. Zo was het ook na de klimaattop van Bonn in 2017.

Wellicht waren de verwachtingen voor de conferentie van Madrid te hooggespannen. Het was nooit de bedoeling dat het een mijlpaal moest zijn in de strijd tegen de klimaatverandering. Grote beslissingen dienden er niet genomen te worden – dat moet in principe wel gebeuren op de volgende klimaatconferentie die in 2020 in Glasgow plaatsvindt.

Er moet actie ondernomen worden om de opwarming van de aarde af te remmen. Daarover bestaat nauwelijks discussie. Maar de vraag moet worden gesteld of het jaarlijks organiseren van een twee weken durende conferentie met bijna tweehonderd landen, met in het zog van de officiële afvaardiging nog een aantal experts en heel wat ngo’s, een efficiënte manier is om zo’n prangend maar complex probleem aan te pakken.

Politici moeten kijken naar het algemeen belang op langere termijn. Maar ze moeten ook zorgen dat hun beleid maatschappelijk wordt gedragen.

In België slagen de federale overheid en de regio’s er nog niet in om een coherent en ambitieus klimaatplan in elkaar te boksen. En dat heeft niet noodzakelijk te maken met de onbekwaamheid of de onwil van de beleidsmakers, maar ook met de gevoeligheden die er zijn en die in elke regio anders liggen – over de verdeling van de lasten, de impact van de maatregelen op de economie, en zo meer.

Politici moeten ambitieus zijn, ze moeten kijken naar het algemeen belang op lange termijn. Dat vertegenwoordigt een belangrijk deel van hun taakomschrijving. Maar ze moeten er ook voor zorgen dat er een maatschappelijk draagvlak is voor het beleid dat ze voorstellen, dat het democratisch gedragen wordt.

De klimaatverandering vormt een grote uitdaging voor de hele wereld. Maar het eens worden over aanpak en de verdeling van de inspanningen is lastig als er bijna 200 onderhandelaars rond de tafel zitten. Het is duivels moeilijk om op die manier een akkoord te bereiken. De multilaterale aanpak is een bijzonder moeizame procedure. Dat is ook al bij herhaling gebleken bij de multilaterale handelsrondes waarbij de zoektocht naar een globale consensus uiteindelijke elke verdere stap voor het wegnemen van internationale handelsbelemmeringen in de weg stond.

Oeverloos discussiëren op een breed internationaal forum waar iedereen zijn zeg moet hebben, is geen efficiënte manier om de strijd tegen de klimaatverandering aan te pakken. Het is een zaak waarin de machtigste landen, die ook economisch het meest te verliezen hebben, samen hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Landen als de VS, Rusland, China. Een blok zoals de Europese Unie. In Azië ook Japan en Korea. In Latijns-Amerika Brazilië. Zij moeten onder elkaar de grote principe-afspraken maken en ze kunnen vervolgens hun economische en geopolitieke macht inzetten om andere landen aan te manen zich daarbij aan te sluiten. Dat is de weg bijvoorbeeld die binnen de Oeso wordt bewandeld om komaf te maken met de schadelijke belastingconcurrentie tussen de landen.

Met zijn vorige week aangekondigde Green Deal om in 2050 te komen tot een klimaatneutraal Europa heeft de Europese Unie alvast een goede voorzet gegeven. Het komt er nu op aan andere grote landen of blokken ervan te overtuigen mee die weg op te gaan.  Als iedereen wacht tot een ander het initiatief neemt, komt er niets in beweging.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n