Democraten staan in de rij voor 2004

(tijd) - George Bush is de populairste Amerikaanse president sinds mensenheugenis. Hij heeft zijn republikeinse partij in een ijzeren greep, beschikt in Karl Rove over een geniale politieke strateeg en weet in levensbeschouwelijke kwesties een toon te vinden die zwevende kiezers althans niet afschrikt. Toch moeten de democratische politici die het in 2004 tegen Bush willen opnemen zo langzamerhand nummertjes trekken. Steeds meer kandidaten dringen om een plaatsje voor de presidentsverkiezingen.

Vorige week gaven John Edwards (49) uit Noord-Carolina en Dick Gephardt (61), respectievelijk senator voor Noord-Carolina en congreslid voor Missouri, te kennen dat ze een presidentieel comité zullen oprichten, de eerste formele stap naar de nominatie. Na de vorming van een 'exploratief' comité mag een kandidaat geld inzamelen.

Edwards heeft ontegenzeggelijk het aantrekkelijkste uiterlijk en het aandoenlijkste persoonlijke achtergrondverhaal. Van eenvoudige komaf bouwde hij een lucratieve praktijk op als schadeadvocaat. Hij besloot pas in de politiek te gaan nadat zijn 16-jarige zoon Wade bij een auto-ongeluk om het leven was gekomen. Het fotogenieke echtpaar heeft nu weer twee jonge kinderen. Edwards heeft, zeker internationaal, weinig statuur. Hij zegt te willen opkomen voor gewone mensen. Zijn kandidatuur, na slechts drie jaar ervaring als senator, wordt beschouwd als een opstapje voor 2008. Maar als hij de enige zuiderling blijft in de democratische race moeten zijn kansen niet worden uitgevlakt.

Ook Gephardt lijkt een stuk jonger dan zijn leeftijd doet vermoeden, maar hij moet het juist hebben van zijn lange en zichtbare ervaring als leider van de democraten in het Huis van Afgevaardigden. Hij staat sterk als partij-insider en heeft zich over Irak recht achter Bush geschaard.

Senator Joe Lieberman (60) uit Connecticut, ook een havik in veiligheidszaken, heeft de media laten weten dat hij gefilmd en ondervraagd mag worden bij een bezoek aan zijn oude high school en aan een snackbar in Stamford. Hij deelde gisteren mee dat hij zich ook kandidaat stelt voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2004.

Daarmee staat de teller dan op vijf. De spits werd vorig jaar al afgebeten door Howard Dean (54), de gouverneur van de staat Vermont en landelijk de minst bekende kandidaat tot dusver. Als arts kan hij met verstand van zaken praten over gezondheidszorg, net als milieu een zwakke stee van Bush. Dean heeft verder mee dat hij als enige kan bogen op ervaring als gouverneur. Dat hij dit beroep uitoefent in het progressieve New England pleit dan weer tegen hem. Sinds Kennedy hebben de democraten geen succesvolle kandidaat uit een noordelijke staat meer in het veld kunnen brengen.

Die handicap geldt ook voor senator John Kerry (59) uit Massachusetts, die vlak na zijn onbedreigde herverkiezing in november zijn naam in de hoed wierp. Na veelvuldige uitstapjes naar het prettig nabijgelegen New Hampshire, waar over een klein jaar de eerste voorverkiezing wordt gehouden, en een campagne waar de presidentiële ambities van afsprongen was dat nauwelijks een verrassing. Kerry is stijf en celebraal, maar als gedecoreerde Vietnamveteraan betrekkelijk ongevoelig voor republikeinse aanvallen op zijn standpunten over veiligheidskwesties, die wat meer de multilaterale kant op lijken te gaan.

Daarna bleef het even stil. Andere gegadigden wachtten met spanning op de uitkomst van het langdurige denkproces dat Gore na zijn ongelukkige nederlaag in 2000 had bedongen. De voormalige vice-president had weliswaar geen recht op de democratische nominatie, maar wel enig moreel krediet en, nog veel crucialer, een enorme voorsprong op alle andere kandidaten bij het werven van campagnefondsen.

Los van alle politieke en tactische overwegingen was dat een factor die alleen Kerry kon verwaarlozen. Hij heeft niet alleen geld over van zijn senaatscampagne, maar kan in geval van nood een beroep doen op zijn persoonlijke vermogen. Echtgenote Teresa was weduwe van senator John Heinz, erfgenaam van de gelijknamige bonen-in-blikkoning.

Nu Gore heeft gezegd dat het voor Amerika beter is als hij niet nog een keer uitkomt tegen Bush, is de strijd op de democratische nominatie helemaal open. De verwachting luidt dan ook dat het niet bij vijf zal blijven.

Al Sharpton (48), een zwarte activist die graag in de voetsporen zou treden van Jesse Jackson, heeft al gezegd dat hij een gooi naar de nominatie zal doen. De senatoren Bob Graham uit Florida, Christopher Dodd uit Connecticut en Joe Biden uit Delaware wikken hun kansen nog in de coulissen. Generaal Wesley Clark uit Arkansas, het militaire brein achter de Kosovo-oorlog, wordt beschouwd als een 'dark horse'. Gary Hart denkt aan een herkansing.

Enigszins verrassend liet Tom Daschle uit Zuid-Dakota, de eerste man in de Senaat, begin deze week weten dat hij de beker in 2004 aan zich voorbij laat gaan. Ook Hillary Clinton, favoriet van veel partijgetrouwen, geeft geen sjoege.

De grote vraag luidt natuurlijk waarom niet meer verstandige democratische politici verstek laten gaan tegen een schijnbaar oppermachtige tegenstander, om zo de handen vrij te houden voor 2008. Bush mag dan immers niet meer meedoen. Afgezien van een ingebouwd geloof in het eigen kunnen en de meer realistische inschatting dat een sterke rivaal als Gore en Clinton in 2008 wel van de partij zal zijn, is het antwoord op die vraag betrekkelijk simpel. In 1991 gaf men geen cent voor de democratische kansen tegen een oppermachtige republikeinse president die luisterde naar de naam George Bush. Een onbekende en onervaren gouverneur uit Arkansas liep weg met de hoofdprijs.

Lieberman, die opnieuw goede kans maakte om als Gore's tweede man in het krijt te treden, had van begin af aan gezegd dat hij zich alleen kandidaat zou stellen als Gore ervan af zou zien. Voor de andere gegadigden, die buiten hun eigen staat nog betrekkelijk onbekend zijn, geldt dat ze hun gezicht nu zo snel en vaak mogelijk moeten laten zien, niet alleen op het televisiescherm, maar ook bij feesten en partijen waar politici in lijfelijk contact kunnen komen met hun kiezers. 'In het vlees knijpen' luidt de gevleugelde uitdrukking hier.

De lancering van hun kandidatuur kent drie trappen. Het komt er eerst op aan zich te verzekeren van politieke en financiële steun: in grote stapels in de salons van Hollywood, Silicon Valley en Manhattan, kleinere coupures bij de vakbonden en andere clubs die de Democratische partij een warm hart toedragen, zoals de milieubeweging. Volgens voorzichtige ramingen is 15 miljoen dollar nodig om volgend jaar zomer op de conventie in Boston te worden uitgeroepen tot de schoonste democraat in het land. Maar Gore en Bill Bradley hadden begin 1999 ieder ruim 27 miljoen dollar in kas.

Vervolgens zal veelvuldig koffie worden gedronken in huiskamers in New Hampshire. Omdat de voorverkiezingen in megastaten als New York en Californië naar voren zijn gehaald, zal een overwinning in New Hampshire of Iowa minder vleugels verschaffen dan vroeger misschien het geval was. Toch zullen zowel geldschieters als democratische kiezers in andere staten benieuwd zijn wie het beste uit de bus komt.

In de tussentijd zullen de kandidaten hard moeten werken aan het persoonlijke en politieke product dat zij in de kiezersmarkt willen zetten. Hoewel weinig kiezers voor september 2004 notitie nemen van de campagne en het goed gebruik is om de politieke koers na het binnenhalen van de nominatie drastisch om te gooien, zullen ze van begin af aan duidelijk moeten maken op welk terrein zij Bush denken te bestrijden.

Vooralsnog lijkt dat een weinig benijdenswaardige taak. De zwakke toestand van de economie en het onzekere karakter van de oorlog tegen het terrorisme hebben weinig vat op de populariteit van de president. Maar zoals in 1992 is gebleken zit het geluk in een klein hoekje.

Rik WINKEL

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud