Democratie

©mfn online editor import

Uitzicht op een nieuwe federale regering is er nog niet, maar de grote vakbonden en de christelijke werknemersbeweging ACW hebben al wel een aantal ‘no pasaráns’ geformuleerd. ACW-topman Patrick Develtere dreigt zelfs met straatprotest. Dat getuigt van weinig respect voor de democratie.

De drie grote vakbonden vinden het onbegrijpelijk dat informateur Bart De Wever drie weken na zijn aanstelling nog geen contact heeft gezocht met de sociale partners. Ze verwachten blijkbaar niet dat ze alsnog een van de volgende dagen bij hem op de koffie uitgenodigd worden. Daarom zijn ze zondagavond zelf maar met hun prioriteitenlijstje voor de volgende federale regering naar buiten gekomen.

Dat bevat geen verrassingen. Ze vragen dat het beleid inzet op economische groei en kwaliteitsvolle banen – dat wil toch iedereen? – en lijsten meteen ook al hun heilige huisjes op: geen gesleutel aan de automatische loonindexering, geen nieuwe loonbevriezing na 2014, het terugschroeven van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen.

Het zijn de bekende standpunten. De informateur kent ze ongetwijfeld. Waarom zou hij de vakbonden moeten uitnodigen om hun eisen en taboes nog een keer te aanhoren? Overigens zei VBO-topman Pieter Timmermans gisteravond ook dat een contact van de informateur met de sociale partners op een bepaald ogenblik ‘evident’ zou zijn.

Hoezo? De taak van een informateur bestaat erin om bij de politieke partijen, op basis van de gewijzigde krachtverhoudingen na de verkiezingen, te polsen naar mogelijke meerderheden om een regering te vormen. Dat hij Jan en allemaal ontvangt om naar hun verzuchtingen te luisteren, maakt geen deel uit van zijn opdracht. Het is vroeger inderdaad wel eens gebeurd dat een informateur de hele stoet van de belangenverenigingen deed langskomen die ons land rijk is. Dat leidde tot een vuistdik rapport dat dan trots aan de koning werd overhandigd en waar vervolgens niks meer mee gebeurde. Om de zaken vooruit te doen gaan, beperkt een informateur zich beter tot zijn kernopdracht.

Welke basis hebben de vakbonden, of andere belangenorganisaties, om te claimen dat de informateur hen zou moeten ontvangen? Hun leden hebben, zoals alle andere Belgen, op 25 mei hun stem kunnen uitbrengen en op die manier hun politieke voorkeur kunnen uitdrukken. Nu is het aan de partijvoorzitters te proberen een democratische meerderheid te vormen in het parlement, met de kaarten zoals de kiezers die hebben geschud.

Dat ze bij die fase van het politieke spel aan de zijkant staan, daar hebben de vakbonden het blijkbaar moeilijk mee. Patrick Develtere, voorzitter van het christelijke werknemersbeweging ACW – dit weekend herdoopt in ‘beweging.net’, eveneens. In een interview in De Tijd dit weekend zei hij dat zijn organisatie een aantal inhoudelijke ‘no pasaráns’ heeft. Hij waarschuwde dat hij de leden van zijn organisatie zal oproepen de straat op te trekken als de volgende regering aan ACW-taboes durft te raken.

Ook als het om maatregelen gaat die in het parlement door een meerderheid van de verkozen volksvertegenwoordigers worden goedgekeurd? Wat geeft hem het recht om te dicteren wat kan en wat niet kan? Het dreigement van Develtere wijst op een gebrek aan respect voor de democratie. Het ACW en de grote vakbonden zijn machtige organisaties. Maar ook zij staan niet boven de democratie. Als er in dit land een politieke meerderheid is voor bepaalde maatregelen, ook al zijn die niet naar hun zin, moeten ze zich daarbij kunnen neerleggen.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud