Dewael eist herziening solidariteitsmechanismen

(tijd) - Behalve de verruiming van de beleidsbevoegdheden en de fiscale autonomie van Vlaanderen, moeten bij de komende staatshervorming ook de mechanismen gewijzigd worden die de financiële solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië beheersen. Dat zei minister-president Patrick Dewael (VLD) gisteren bij de voorstelling van zijn prioriteitennota in het Vlaams Parlement.

Dewael presenteerde zijn nota in de commissie voor Institutionele en Bestuurlijke Hervorming van het Vlaams Parlement. Omdat hij maandag (6 januari) al een tip van de sluier had opgelicht, werd in de wandelgangen van de 'Driekoningennota' gesproken.

In zijn nota schrijft de minister-president dat de dagelijkse bestuurservaring leert dat de verdeling van de bevoegdheid tussen de federale overheid en de deelstaten 'nog onvolmaakt is en op een aantal terreinen een efficiënt beleid in de weg staat'. Hij verwijst naar meningsverschillen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen over onder meer het jeugdsanctierecht, het inburgeringsbeleid, de verkeersveiligheid, de uitgaven in de ziekteverzekering en het tewerkstellingsbeleid.

Een federaal model biedt de mogelijkheid die verschillen in politieke voorkeur vreedzaam tot uiting te laten komen en wederzijds te respecteren door bevoegdheden van het federale niveau naar het deelstatelijke niveau over te dragen, zodat de deelstaten hun eigen beleidsvisie kunnen ontwikkelen.

In zijn nota somt Dewael de prioriteiten op die bij de volgende staatshervorming gerealiseerd zouden moeten worden.

De deelstaten moeten de volledige bevoegdheid voor de werkgelegenheid krijgen.

De gewesten moeten bevoegd worden voor de spoorinfrastructuur en de regionale exploitatie ervan. Zij moeten aanvullende verkeersregels en aanvullende regels van algemene politie kunnen uitvaardigen, en fiscale maatregelen kunnen nemen om het vervoer beter te kunnen ordenen. Vlaanderen moet ook bevoegd worden voor de luchthaven Zaventem.

In het gezondheids- en gezinsbeleid moeten ten minste de normerings- en de uitvoeringsbevoegdheid aan de gemeenschappen worden overgedragen. Ter wille van de financiële verantwoordelijkheid zouden de gemeenschappen ook voor de financiering bevoegd moeten worden. Dewael grijpt terug naar voorstellen van de Vlaamse Onderzoeksgroep Sociale Zekerheid uit 1994 om de inkomensvervangende uitkeringen (werkloosheid, pensioenen, ziekte en invaliditeit,...) federaal te houden en de kostencompenserende socialezekerheidsuitkeringen (geneeskundige verzorging, gezinsbijslag,...) aan de gemeenschappen toe te wijzen.

Om de financiële en fiscale autonomie te verruimen, stelt Dewael voor de personenbelasting naar de deelstaten over te hevelen, gekoppeld aan een deelname van de gemeenschappen en de gewesten aan de financiering van de rijksschuld. De gewesten moeten kunnen delen in de opbrengst van de vennootschapsbelasting en autonoom en voor hun rekening kortingen op de vennootschapsbelasting kunnen toekennen voor aangelegenheden waarvoor ze bevoegd zijn.

Voor Dewael moeten de solidariteitsmechanismen wetenschappelijk in kaart gebracht en aangepast worden. Hij doelt op zowel de transfers via de sociale zekerheid als de impliciete solidariteit via de federale inkomsten en uitgaven, en de expliciete solidariteit die door de Financieringswet wordt geregeld.

Ten slotte gaat Dewael in op de strategie die hij maandagavond in zijn toespraak voor het VEV ontvouwde.

De federale verkiezingen van mei-juni 2003 zijn het 'momentum' om een nieuwe dialoog tussen de twee grote gemeenschappen op gang te brengen en andermaal een 'eerbaar compromis' te sluiten. De dialoog zal echter mislukken wanneer hij gevoerd moet worden in een 'klimaat van communautaire scherpslijperij en opbod', voorspelt Dewael, die verwijst naar de campagne voor de deelstaatverkiezingen van juni 2004, die na de federale verkiezingen begint. Die 'politieke logica' gebiedt dat de eigenlijke onderhandelingen pas na de deelstaatverkiezingen kunnen worden afgerond, zegt Dewael. Wel moet bij de vorming van de federale regering met de Franstaligen 'een duidelijk akkoord te worden bereikt over een agenda, methodologie en timing van een volgende institutionele ronde'.

Dewael zei dat zijn nota een 'voorzet' is en zijn prioriteitenlijst niet limitatief is en aangepast kan worden. 'Met al wie de consensuele aanpak genegen is en de democratische spelregels van het negotiëren aanvaardt', wil hij de 'platformtekst' verder uitwerken. MD

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud