Een dienstencheque is spotgoedkoop. De prijs ervan voor de gebruikers mag gerust worden verhoogd om de poetshulpen opslag te kunnen geven.

De poetshulpen in dienst van dienstenchequebedrijven voeren donderdag actie. Ze vragen een loonsverhoging van 1,1 procent, de maximale opslag die is afgesproken in het nationale loonakkoord voor 2019 en 2020. Die eis is niet exorbitant. Wie in het dienstenchequesysteem werkt, heeft een bescheiden loon. Maar wie moet de loonsverhoging betalen?

De dienstenchequebedrijven zeggen dat het water ze financieel al aan de lippen staat. Het systeem wordt door de overheid al royaal gesubsidieerd: per cheque legt ze er ongeveer 14 euro bovenop. Bovendien kan wie een dienstencheque gebruikt de prijs ervan voor een stuk fiscaal recupereren. Dat kost de Vlaamse overheid ongeveer 1,3 miljard euro per jaar.

De oversubsidiëring heeft ertoe geleid dat de dienstencheque kwistig wordt ingezet.

Dus moet naar een derde betaler worden gekeken. Dat zijn de mensen die met de dienstencheques de poetshulp, het strijkatelier of andere huishoudelijke diensten betalen. Een cheque voor een uur schoonmaken kost 9 euro. Omdat hij recht geeft op een fiscale aftrek in de personenbelasting, bedraagt de reële kostprijs ervan in Vlaanderen slechts 6,30 euro. Laat ons eerlijk zijn: dat is spotgoedkoop.

Er is ruimte voor het verhogen van de prijs van de dienstencheque met enkele euro’s. Dat is geen aanslag op de middenklasse. Zelfs als de reële prijs naar 10 euro stijgt, blijft een dienstencheque goedkoop.

Decadent

De oversubsidiëring heeft ertoe geleid dat de dienstencheque kwistig wordt ingezet. Het gebeurt dat studenten dienstencheques van hun ouders gebruiken om hun kot te laten schoonmaken. Is dat niet wat decadent? Moet dat met belastinggeld worden gesubsidieerd?

De dienstencheque kan gerust wat duurder worden gemaakt, zonder dat dat het systeem op de helling zet, het de jobkansen voor laaggeschoolden bemoeilijkt of het zwartwerk significant in de hand werkt. Het is niet te veel gevraagd om de gebruikers van de dienstencheques meer te doen betalen om de werknemers in het systeem een hogere vergoeding te kunnen geven.

Het is tegelijk een verdedigbare manier om de aanzienlijke subsidiekostprijs voor de overheid te verminderen. Het uitgespaarde geld kan nuttiger voor iets anders worden gebruikt. De Vlaamse regering zet het mes in de subsidies voor media, cultuur en kmo’s. Om welke onverklaarbare reden ontziet ze grotendeels de dienstencheques?

De hogere prijs voor de dienstencheques mag echter niet, ook niet voor een deel, vloeien naar de dienstenchequebedrijven zelf en hun aandeelhouders, of naar de organisatie die de administratie ervan verzorgt. Het kan niet de bedoeling zijn die tussenpersonen te verrijken. Aan hun roep moet de overheid kunnen weerstaan. Het is een opportuniteit om de hele dienstencheque-industrie tot meer efficiëntie te dwingen.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n