Redacteur Politiek

Met wat het best valt te omschrijven als een 'digitale btw' neemt Frankrijk het voortouw in een lastig fiscaal gevecht met Silicon Valley. De taks, waarvan ook een Europese variant verwacht wordt, is verdedigbaar. Maar alleen als tussenstap op weg naar iets beters.

Het centengevecht is begonnen. De Franse fiscus bevestigde woensdag dat belastingaanslagen zijn verstuurd naar Facebook, Amazon en andere techbedrijven. Daarmee neemt Parijs het voortouw in een fiscaal gevecht met Silicon Valley, waarin ook België betrokken partij is. In de federale begroting voor deze legislatuur staat al 100 miljoen euro aan inkomsten uit een Europese variant op de digitaks ingeschreven.

De taks is onvolkomen. De Franse fiscus vraagt 3 procent op de omzet die techbedrijven in Frankrijk boeken, los van de winst. Ook de Europese belasting - die in de maak is - wordt zo goed als zeker op die leest geschoeid, wat vloekt met de logica van de vennootschapsbelasting.

Toch is de belasting verdedigbaar. Dat komt omdat een urgent probleem is ontstaan waarvoor nog geen oplossing is gevonden.

De klassieke belastingregels bepalen dat de fiscus kijkt welke bedrijven een fysieke activiteit in ons land voeren. Vervolgens worden belastingen geïnd op de winst. Maar hoe doe je dat met bedrijven die geen geld maar persoonlijke data als betaling vragen? Hoe doe je dat met bedrijven als Facebook die in ons land nauwelijks medewerkers of gebouwen hebben, maar toch alomtegenwoordig zijn met hun activiteiten?

En hoe vermijd je dus dat een economie met twee snelheden ontstaat: een met fysieke bedrijven die wel belastingen betalen en een met techbedrijven die er veel minder betalen? Zolang die grote knoop niet is ontward, zal aangemodderd moeten worden met onvolkomen oplossingen. De omzetbelasting is zoiets. Je kan het zien als een btw op bedrijven die met de persoonlijke data van de inwoners van een land betalen, maar zeker is dat dat niet de laatste stap is in de zoektocht naar correcte techbelastingen.

Waar de VS met China in een gevecht is verwikkeld over wie de technologie van de toekomst beheerst, dreigt de VS met Europa in een gevecht te belanden over wie de belastingen op die tech mag innen.

Hoe ziet die laatste stap er dan uit? Idealiter omarmen zo veel mogelijk landen de oplossing tegelijk. Met zulk denkwerk is de OESO, de club van de rijke landen, al even bezig. De contouren van de oplossing wijzen naar twee systemen: een nieuwe definitie van wat het betekent 'digitaal' in een land actief te zijn. En een globale minimumbelasting als een fiscaal sleepnet om toch iets te vangen.

Dat deze taks wellicht maar een tussenstap is, komt ook omdat ze een ander gevecht doet ontbranden: een handelsconflict tussen Europa en de Verenigde Staten. De Europese Unie voerde na de Amerikaanse verkiezingen al invoerheffingen op Boeing-vliegtuigen in, als nieuwe stap in een decenniaoude vliegtuigstrijd met de VS. Daar komt nu een digitaks bovenop die overwegend door Amerikaanse bedrijven zal worden betaald, omdat Europa nu eenmaal nauwelijks grote techspelers heeft.

Wie dacht dat na het vertrek van president Donald Trump op 20 januari een complete ontdooiing van de handelsrelaties aanbreekt, vergist zich. Het zal allemaal wat vriendelijker en beleefder worden, maar au fond zal de spanning grotendeels blijven. Waar de VS met China in een gevecht is verwikkeld over wie de technologie van de toekomst beheerst, dreigt de VS met Europa in een gevecht te belanden over wie de belastingen op die tech mag innen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud