Stefaan Michielsen

Het gerommel op Wall Street maakt de Amerikaanse president Donald Trump nerveus. Maar ook Europa heeft reden om zich zorgen te maken.

Boven de financiële markten pakken zich onweerswolken samen. Een eerste donderslag klonk woensdag: in New York zakte Wall Street met 3 procent, de technologiebeurs Nasdaq verloor 5 procent. De echo daarvan bereikte gisteren de Europese beurzen, die gemiddeld 2 procent prijsgaven. Een beurscorrectie op tijd en stond is niet ongezond, om wat lucht uit de opgeblazen aandelenkoersen te laten ontsnappen. Maar als die correctie grote proporties aanneemt, kan die flink wat schade aanrichten aan het financieel systeem en aan de economie.

Een beurscorrectie op tijd en stond is niet ongezond, om wat lucht te laten ontsnappen uit de opgeblazen aandelenkoersen.

Staat een grote beurscorrectie voor de deur? Dat is moeilijk te voorspellen. De aandelenmarkten hebben de voorbije jaren nog weleens een slechte dag of slechte week gehad. Maar feit is dat de Dow Jones-index, de graadmeter van de New Yorkse beurs, na de inzinking door de bankencrisis sinds begin 2009 bijna vier keer hoger is gegaan. Bijna onafgebroken ging het hoger en hoger. Kunnen de bomen tot in de hemel groeien? Dat is de vraag die nu rijst.

De Amerikaanse beurs, die dreef op stevige bedrijfswinsten, kreeg vorig jaar nog een boost door de verkiezing van Donald Trump tot president. De belastingvermindering die hij de bedrijven schonk, stuwde de koersen verder op.

Maar dat effect is stilaan uitgewerkt. What goes up, must come down, luidt een beursgezegde. Er duiken ook andere factoren op die de beurshausse doen bekoelen. De handelsoorlog die Trump tegen China en andere landen is begonnen, is er daar een van. Hun vergeldingsmaatregelen bijten in de winsten van een aantal Amerikaanse bedrijven. De voorspelde groeivertraging van de wereldeconomie is een andere factor. En de renteverhogingen die de Amerikaanse centrale bank, de Fed, doorvoerde om een oververhitting van de economie tegen te gaan, spelen ook een rol.

Het monetair beleid moet te grote conjunctuurbewegingen afvlakken. Inzinkingen, maar ook opwaartse overdrijvingen. Trump, die zijn succes afmeet aan de stijging van de aandelenkoersen, ziet de renteverhogingen echter als sabotage van zijn beleid. ‘De Fed is gek geworden’, zei hij gisteren. Volgende maand zijn er in de VS tussentijdse congresverkiezingen. Een crisette op de beurs tijdens de verkiezingscampagne kunnen Trump en zijn Republikeinse partij best missen. Maar het is niet de taak van een centrale bank, dus ook niet van de Fed, om de beleggers of de machthebbers te plezieren. De economie in balans houden, dat is haar opdracht.

Het is een moeilijke evenwichtsoefening weliswaar. Want een serieuze beurscrash kan, via een aantasting van het consumenten- en ondernemersvertrouwen, overslaan naar de reële economie. De Fed heeft wapens om een recessie, als die zou komen aanrollen, te bestrijden. Want ze heeft de voorbije jaren haar arsenaal weer gevuld, door de rente stapsgewijs op te trekken tot 2,25 procent.

Een beurs- of economische crisis in de VS kan ook Europa besmetten. Boven Europa hangen bovendien nog andere donderwolken, zoals de twijfel over de houdbaarheid van de Italiaanse overheidsfinanciën en het risico van een harde brexit, met mogelijk een zware negatieve weerslag op de economie. Europa, en zeker de eurozone, is minder goed gewapend om zo’n schok op te vangen. De Europese Centrale Bank is nog altijd bezig met het bestrijden van de vorige crisis. Ze heeft niet de munitie om een volgende te bekampen. In Europa moeten we dus de vingers kruisen, en hopen dat het onweer overwaait.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content