Drinkwaterbedrijven worden spil Vlaams zuiveringsbeleid

(tijd) - Het Vlaamse drinkwaterlandschap wordt tijdens deze laatste weken van 2004 onder impuls van de Vlaamse regering grondig hervormd. Alle drinkwaterbedrijven moeten daarbij de kosten innen voor de zuivering van het afvalwater en voor de aanleg en het onderhoud van nieuwe riolen. De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW) staat centraal in de hervorming. Voor burger en bedrijf mondt ze volgend jaar al uit in een allesomvattende factuur.

De Vlaamse drink- en afvalwatersector staat aan de vooravond van de grootste hervorming ooit. De Vlaamse regering gaf daartoe zopas groen licht. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) waarschuwt voor overhaasting en zegt dat de regering de impact op de gemeenten minimaliseert. Voor de gemeenten staat het autonoom beheer van hun rioleringsnet op het spel.

Het drinkwaterlandschap is een lappendeken van gemeentelijke intercommunales, met elk hun eigen winningen en tarieven. De inning van de kosten voor het ophalen en zuiveren van afvalwater door Aquafin gebeurt via een heffing van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De gemeenten leggen riolen aan en onderhouden die. Ze verrekenen die kosten rechtstreeks aan de burger via heffingen, verhaalbelastingen of de algemene begroting.

De Vlaamse regering streeft nu een globale benadering van de waterketen na. Ze wil een integratie van de winning en de verdeling van het drinkwater enerzijds en de zuivering van afvalwater anderzijds. Die zuivering is een proces in twee stappen: de ophaling door de gemeenten via de aanleg van riolen, en het collecteren en zuiveren nadien in stations door Aquafin.

Voor dat integrale waterbeleid worden de drinkwatermaatschappijen verantwoordelijk. Met het oog daarop moeten die nauwer gaan samenwerken. De VMW, veruit de grootste Vlaamse maatschappij, wil daarin een voortrekkersrol spelen in nauw overleg met de Vlaamse regering. De VMW stelt dan ook bewust haar kapitaal open voor de andere spelers in de markt.

De verkoop van een belang van 26,4 procent in de VMW, dat de Vlaamse regering nog aanhoudt, komt dan ook op een ideaal moment om die doelstelling te verwezenlijken. De VMW deed zelf een bod van 120 miljoen euro op dat pakket aandelen. Gisteren stelde de raad van bestuur van de VMW vast dat de Vlaamse regering dat aanvaardde. De VMW stelt het belang nu ter beschikking van de andere spelers in de sector. De Vlaamse regering behoudt haar stichtersaandeel en blijft vertegenwoordigd in de raad van bestuur. Op die manier blijft de VMW een Vlaamse openbare instelling.

De VMW bereikte al een akkoord met Pidpa, de intercommunale uit Antwerpen, over een verhoogd belang in het kapitaal, maar ook met Interaqua, dochter van Interelectra. Met Interelectra werd afgesproken dat het de operationele controle krijgt over alle gemeenten uit Limburg, die nog van de VMW afhangen. Wel stelde de raad van bestuur van de VMW gisteren nadrukkelijk dat hij verantwoordelijk wil blijven voor de winning en de toevoer van drinkwater in Limburg. De VMW wil ook een overeenkomst sluiten met RioBra. Die vennootschap actief in de afvoer van afvalwater vertegenwoordigt de gemeenten in Vlaams-Brabant.

Ook met de Tussengemeentelijke Maatschappij voor Watervoorziening (TMVW) uit Gent werd al een overeenkomst gesloten om toe te treden tot het aandeelhoudersschap. De TMVW brengt nog twee intercommunale partners mee, de WVEM en de IMVW. De groep eist een rationalisatie van de sector en wil directe inspraak op het vlak van communicatie, budget en personeel. Ook hier is heel wat synergie mogelijk via gemeenschappelijke waterwinning in Kluizen, klantendienst en facturatie.

Enkel de Antwerpse Waterwerken (AWW) ontbreekt als laatste groot drinkwaterbedrijf in het Vlaams drinkwaterplatform dat de VMW geworden is. Maar de AWW was begin dit jaar begonnen met fusiegesprekken met Pidpa. 'Dat proces stuitte op een veto in de raad van bestuur van Pidpa wegens de fusievoorwaarden. Maar alle contacten zijn nog niet volledig verbroken', zegt Eddy Huyghe, de voorzitter van Pidpa.

Samen met de geografische hervorming van het drinkwaterlandschap, van een lappendeken naar een meer provinciale omschrijving van de deelgebieden, legt de Vlaamse regering de bedrijven nu ook nieuwe taken op. De vernieuwde drinkwatermaatschappijen moeten voortaan ook instaan voor de inning van de zuiveringskosten van Aquafin. Het gaat om de kosten verbonden aan de bovengemeentelijke rioleringen en voor de zuiveringsstations en de verwerking van het slib.

Al vanaf 2005 worden die kosten verrekend op de factuur van het drinkwater, in verhouding tot het drinkwaterverbruik. Die kosten zijn gelijk over heel Vlaanderen en moeten de werking van Aquafin financieren. Op de kosten rust een BTW van 6 procent. Nu stelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), die die inning coördineert, een heffing in. De bedrijven moeten daarop vennootschapsbelasting betalen. Vanaf volgend jaar kan die vergoeding als pure kosten worden gefactureerd.

Aan de drinkwaterfactuur voegt de Vlaamse regering nog een derde pijler toe, de kosten van de aanleg en het onderhoud van de gemeentelijke riolen. Omdat de gemeenten meestal het geld niet hebben voor de aanleg en het onderhoud van riolen, nemen steeds meer drinkwaterbedrijven het beheer van het gemeentelijk rioleringsstelsel over. De extra kosten voor die gemeentelijke riolering mogen echter niet meer bedragen dan anderhalf keer de Aquafin-heffing, bepaalde de Vlaamse regering.

De meeste Vlaamse gemeenten voeren nu onderhandelingen met hun drinkwaterbedrijven om hun rioleringsstelsel bij de drinkwaterintercommunale in te brengen. 'Zij worden daarvoor vergoed met contanten en met aandelen', zegt Pidpa-voorzitter Eddy Huyghe. Gemeenten met een goed uitgebouwd rioleringsnet krijgen meer geld en aandelen dan de anderen. Wel wil Pidpa alle inwoners uit zijn verzorgingsgebied dezelfde rioolkosten opleggen, opnieuw in verhouding tot het verbruik.

Met dat geld gaan de drinkwaterbedrijven voortaan zelf nieuwe riolen aanleggen en onderhouden via een aparte vennootschap. Zij zullen ook subsidies aanvragen die de Vlaamse regering heeft voorzien voor de verdere noodzakelijke uitbouw van het fijnmazige rioleringsnetwerk. Vlaanderen heeft op dat vlak nog een hele achterstand in te halen en haalt de normen van de Europese richtlijn inzake de zuivering van het afvalwater niet.

De fundamentele omvorming van de aanrekening van de kosten voor waterzuivering maakt het mogelijk dat de waterzuiveraar Aquafin nu ook met een BTW-percentage kan werken van 6 procent in de plaats van de 21 procent die de afgelopen jaren werd betaald. Dat alleen al betekent voor de Vlaamse regering een jaarlijkse besparing van 50 miljoen euro.

Voor de bedrijven betekent de hervorming dat de vroegere heffing die werd aangerekend voor de kosten van Aquafin, niet langer terug in de belastbare grondslag moet worden opgenomen, waarop dan belasting wordt betaald.

Nu wordt die factuur gewoon als kosten geboekt. De hervorming van de Vlaams minister van Leefmilieu, Kris Peeters (CD&V), brengt een forse vermindering van de Vlaamse geldstroom naar het federale België teweeg, dat voorlopig nog alle belastingen int.

Voor de burger betekent de hervorming dat hij voor zijn watergebruik een hogere rekening krijgt voorgeschoteld. Die kan het drievoudige bedragen van zijn huidige drinkwaterfactuur. Maar in die nieuwe factuur zitten ook de vroegere Aquafin-heffing en de kosten voor de aanleg en het onderhoud van riolen. Dat laatste bedrag kan per gemeente of per drinkwatermaatschappij sterk verschillen.

In veel gemeenten werden de kosten voor riolen uit de algemene begroting gehaald en niet individueel verrekend naar de burger of het bedrijf, zodat ze niet als afzonderlijke kosten werden gevoeld. Daarom zal de eengemaakte factuur voor veel burgers wel als een verdubbeling van de waterkosten overkomen en zal het ook om een aanzienlijk en eenmalig bedrag gaan.

Omdat de drinkwaterbedrijven verplicht worden een geïntegreerde factuur op te stellen met een uniforme BTW van 6 procent, denkt Pidpa eraan de mogelijkheid in te bouwen in schijven te betalen. 'Wel zal Pidpa bij elke factuur een aparte bijlage voegen, die de burger duidelijk maakt welke kosten voor elk van de drie pijlers wordt aangerekend', zegt Huyghe.

Guy VAN DEN BROEK

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud