Senior writer

De Britse premier Boris Johnson kreeg bij de parlementsverkiezingen een duidelijk mandaat om de brexit af te handelen. Maar de hindernissenloop is niet voorbij.

De Britse Conservatieven boekten donderdag een historische overwinning en de kiezer gaf Boris Johnson een meerderheid die alleen te vergelijken valt met de hoogdagen van Margaret Thatcher. Daarmee zijn de interne discussies over het Britse vertrek uit de Europese Unie beëindigd. Johnson kan doen wat hij beloofde: de brexit realiseren.

De overwinning van de Conservatieven zadelde Labour op met een historische nederlaag. De partij haalde het slechtste resultaat sinds de jaren dertig van vorige eeuw. De uitslag betekent meteen ook het politieke einde voor Labour-leider Jeremy Corbyn. Ook de Liberaal-Democraten, met een agressieve campagne om in de EU te blijven, verliezen terrein. Partijleider Jo Swinson verloor haar zetel en meteen ook de leiding over haar partij.

In zijn overwinningstoespraak liet Johnson alvast geen twijfel bestaan over zijn plannen: hij wil het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. De eerste horde kan relatief snel genomen worden. Het akkoord met Brussel over de scheiding kan nu relatief snel doorgevoerd worden. Johnson wil dat nog voor Kerstmis voor elkaar hebben.

Er komt dus een brexit. In welke vorm? Dat blijft onduidelijk.

Dan begint het zware werk. De Europese en Britse onderhandelaars hebben tot eind 2020 om de nieuwe relaties te onderhandelen. Vooral een nieuw handelsverdrag is cruciaal. Dat betekent dat de onzekerheid nog minstens een jaar zal aanhouden. In theorie kan nog twee jaar uitstel gegeven worden, maar daar wil Johnson niet aan beginnen.

Het gevaar van een harde brexit - een brexit zonder akkoord - is dus niet bezworen. Het belangrijkste verschil met wat voorafging, is dat de Britse onderhandelaars nu gedekt zijn door een ruime parlementaire meerderheid, en niet langer  rekening moeten houden met een verdeeld parlement.

De ruime meerderheid voor Johnson neemt de interne verdeeldheid over de brexit niet weg. Het geeft vooral aan dat degenen die geen brexit wilden, te verdeeld zijn om enig politiek gewicht in de schaal te gooien.

En er is nog een duidelijk mandaat gegeven bij deze verkiezingen: de Schotse nationalistische partij haalde een verpletterende overwinning in Schotland. Daarmee is duidelijk dat de Schotten Boris Johnson niet lusten en dat ze niet uit de EU willen.

Het gevaar van een harde brexit - een brexit zonder akkoord - is dus niet bezworen. Het belangrijkste verschil met wat voorafging, is dat de Britse onderhandelaars nu gedekt zijn door een ruime parlementaire meerderheid, en niet langer rekening moeten houden met een verdeeld parlement.

De Schotse nationalisten eisten al onmiddellijk een nieuw onafhankelijkheidsreferendum, al zal dat niet zonder slag of stoot gegeven worden. Het Verenigd Koninkrijk is alvast op dit punt minder verenigd.

Boris Johnson is vaak afgeschilderd als een politieke opportunist, ook ditmaal begreep hij beter dan zijn tegenstanders dat het brexitdossier van de tafel moest. Hij zal nu al zijn branie moeten gebruiken om tot een werkbaar akkoord te komen. 

Voor Europa hebben deze verkiezingen het voordeel van de duidelijkheid. Johnson heeft een mandaat dat de vorige premier Theresa May nooit heeft gehad. De onderhandelingen kunnen dus met open vizier gevoerd worden. Dat is geen garantie op succes. Maar het is wel het belangrijkste verschil met wat aan deze verkiezingen voorafging.

Er komt dus een brexit. In welke vorm? Dat blijft onduidelijk.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud