Bart Haeck

Duitsland blijft een gidsland voor België, vooral voor de manier waarop de betaalbaarheid van de welvaartsstaat er een natuurlijke reflex is.

Toen de legendarisch orthodoxe Wolfgang Schäuble vorig jaar als Duits minister van Financiën aftrad, gingen zijn medewerkers in de grote lobby van het Bundesministerium der Finanzen in het zwart gekleed in de vorm van een grote nul staan. Het was een eerbetoon voor de man die van de ‘zwarte nul’ - het cijfer onderaan op de budgettaire tabel dat aantoont dat er geen gat in de begroting zit - een erezaak had gemaakt.

Lange tijd was een van de grote vragen voor de vierde regering van bondskanselier Angela Merkel of haar nieuwe minister van Financiën, de sociaaldemocraat Olaf Scholz, wel het geld zou laten rollen. Scholz pleitte de voorbije dagen voor een pensioenplan dat snel 100 miljard euro zou kosten. Hij moest deze week inbinden en genoegen nemen met een beduidend beperkter pensioenplan.

Naar Belgische politieke tradities is het een verbazende beslissing. De Duitse overheid haalt meer geld binnen dan ze uitgeeft en vrijwel het volledige deel van de bevolking dat kan werken, doet dat ook. Waarom laat je het geld dan niet rollen?

Demografisch deficit

Angela Merkel gaf het antwoord al jaren geleden. Duitsland heeft misschien geen begrotingstekort, maar wel een demografisch deficit. Er staat een immense schuld buiten de boekhouding, die de komende jaren harde cash zal kosten: de pensioenen en de ziektekosten van een almaar groter deel van de bevolking. Merkel wil niets beloven wat binnen tien of vijftien jaar misschien niet meer betaalbaar is.

Er staat een immense schuld buiten de boekhouding, die de komende jaren harde cash zal kosten: de pensioenen en de ziektekosten van een almaar groter deel van de bevolking.

De Belgische traditie is enigszins anders. Wij hadden in 2009 een minister van Pensioenen, Michel Daerden (PS), die bij zijn aantreden doodleuk zei dat de pensioenen tot minstens 2015 betaalbaar waren. Deze legislatuur zien we een andere variatie op dat thema. De terechte poging om de pensioenen betaalbaar te maken - door onder meer iedereen wat langer te laten werken - is ontaard in een loopgravengevecht over wat een zwaar beroep is, zodat uiteindelijk niemand nog langer moet werken.

De discussie in Duitsland is voor België een politieke luxe die we ons op dit moment niet kunnen veroorloven. De ironie is dat de reflex over de betaalbaarheid van de welvaartsstaat bij onze welvarende oosterburen groter is dan bij ons.

We moeten de welvaartsstaat stevig genoeg maken om de nakende demografische schok te kunnen doorstaan.

De grote vraag voor dit najaar is of de lokale verkiezingen de politieke krachtverhoudingen dermate wijzigen dat de federale regering helemaal stilvalt, dan wel of de ploeg van premier Charles Michel (MR) het hervormingswerk kan voortzetten.

Voor de volgende generaties belastingbetalers doet dat ertoe. Het gat in de begroting is nog altijd te groot, net als de staatsschuld en de demografische schuld. De federale regering legde al de grote lijnen vast van wat een zwaar beroep bij de overheid is, maar moet de lijst nog opstellen. Voor de privésector moet al het werk nog gebeuren.

Het is belangrijk dat die achterdeur dichtgaat en de begroting gezonder wordt. Niet om de welvaartsstaat af te breken, zoals sommigen verkeerdelijk denken, maar om hem stevig genoeg te maken zodat hij de demografische schok die we al decennia zien aankomen, kan doorstaan. Of om, zoals artikel 7bis van de grondwet het voorschrijft, rekening te houden met de ‘solidariteit tussen de generaties’. Wat in Duitsland wel gebeurt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content