ECB-voorzitter Duisenberg stelt zijn pensioen uit

(tijd) - Wim Duisenberg, de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), stelt zijn pensioen uit. Hij blijft ECB-voorzitter tot er volledige duidelijkheid is over zijn opvolging. Intussen lijkt het duidelijk dat KUL-professor en VLD-senator Paul de Grauwe kansloos is voor een functie in het ECB-directiecomité. Alleen België steunt De Grauwes kandidatuur.

De EU-ministers van Financiën bespraken de ECB-opvolgingskwesties het voorbije weekeinde tijdens een informele bijeenkomst in de buurt van Athene. Een eerste ECB-opvolgingsprobleem op tafel ging over voorzitter Duisenberg. De Nederlander was van plan op 9 juli aan zijn pensioen te beginnen. Duisenberg viert dan zijn achtenzestigste verjaardag.

Maar zijn gedoodverfde opvolger, de Fransman Jean-Claude Trichet, is tegen die datum niet beschikbaar. Trichet is in Frankrijk in een rechtszaak verwikkeld. Hij wordt ervan beschuldigd in het begin van de jaren 90 medeplichtig te zijn geweest aan de vervalsing van de jaarrekeningen van de Franse bank Crédit Lyonnais. Een uitspraak komt er waarschijnlijk pas op 18 juni. Daardoor rest er onvoldoende tijd om voor Duisenbergs pensioen Trichets benoemingsprocedure af te wikkelen.

Alle ministers stemden er vorig weekeinde mee in Duisenberg te vragen langer aan te blijven. Duisenberg liet weten bereid te zijn langer te blijven 'in het belang van een geruisloze overgang'. De officiële vraag om langer op post te blijven, moet Duisenberg nog krijgen van de EU-staats- en regeringsleiders.

Duisenberg blijft dus waarschijnlijk aan het hoofd van de ECB totdat er duidelijkheid is over zijn opvolger. Die opvolger wordt Trichet op voorwaarde dat hij vrijgesproken wordt. Als mogelijke alternatieven voor Trichet circuleren de namen van twee andere Fransen: Jean Lemierre, de voorzitter van Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, en Christian Noyer, de voormalige vice-voorzitter van de ECB.

De ministers bespraken ook de opvolging van Sirkka Hämäläinen, het Finse lid van het ECB-directiecomité. Er zijn twee kandidaat-opvolgers: de vice-gouverneur van de Oostenrijkse centrale bank, Gertrude Tumpel-Gugerell, en Paul de Grauwe. Tijdens de vergadering bleek dat alle landen, behalve België, de kandidatuur van de Oostenrijkse steunen.

Tumpel-Gugerell heeft betere papieren omdat de meeste ministers vinden dat het ECB-directiecomité na het vertrek van Hämäläinen geen exclusieve mannenclub mag worden. De Grauwe heeft bovendien het nadeel dat hij zich in het verleden kritisch uitliet over de euro. Vorig jaar greep De Grauwe ook al naast het vice-voorzitterschap van de ECB.

Na het voorbije weekeinde lijkt het uitgesloten dat De Grauwe nog kans maakt om Hämäläinen op te volgen. Ook op het kabinet van de Belgische minister van Financiën, Didier Reynders, bleek maandag dat besef te leven.

Wanneer de beslissing valt over het nieuwe ECB-directielid, is nog niet duidelijk. Vast staat dat Hämäläinen eind mei vertrekt en dat haar opvolger tegen dan benoemd moet zijn. De EU-regeringsleiders moeten unaniem ECB-directieleden benoemen. De regeringsleiders zijn volgende week bijeen in Athene. Dat is alvast een gelegenheid om de knoop door te hakken.

Een andere mogelijkheid is een schriftelijke goedkeuringsprocedure. Dat laat de Belgische regering de mogelijkheid te wachten tot na de verkiezingen van 18 mei om de kandidatuur van Tumpel-Gugerell te steunen, luidde het vorig weekeinde in EU-kringen.

JL

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud