Een cynische oorlog

De oorlog in Libanon is gisteren zijn derde week ingegaan. En er is geen uitzicht op een snelle beëindiging van het geweld.

Israël liet gisteren verstaan dat zijn offensief tegen Libanon nog enkele weken kan duren. De Libanese militie Hezbollah beschikt nog over enkele duizenden raketten waarmee ze de Israëlische dorpen en steden kan treffen.

Een staakt-het-vuren komt er niet snel. Daar staken Israël en de Verenigde Staten een stokje voor. Beide landen willen eerst Hezbollah uitschakelen vooraleer de wapens neer te leggen. Hezbollah bood wel een wapenbestand aan in ruil voor een gevangenenruil. Het is maar de vraag hoe oprecht dat aanbod was.

De VS schoten een voorstel voor een staakt-het-vuren woensdag vakkundig af tijdens een internationale vredesconferentie in Rome. Door die obstructie werd de topontmoeting van westerse en Arabische landen een maat voor niets. Het enige min of meer concrete resultaat was het voornemen humanitaire hulp naar Libanon te sturen. Daar zijn zeker 700.000 burgers op de vlucht geslagen, zonder toegang tot basisgoederen als water en voedsel.

De oorlog heeft de voorbije twee weken het leven gekost aan ruim 400 Libanezen, voor het merendeel burgers. In Israël kwamen meer dan 40 mensen om het leven. En vooral in Libanon is de materiële schade enorm. De autoriteiten ramen de schade op 4 à 5 miljard dollar. Er schiet niet veel meer over van wat was heropgebouwd na het einde van de burgeroorlog in 1991.

Maar in nood kent men zijn vrienden. Dus spraken de deelnemers aan de top in Rome af dat er een donorconferentie komt voor Libanon. Door zijn steun te geven aan dat initiatief gaat Washington wel heel cynisch te werk. Want terzelfdertijd blijven de Amerikanen de Israëlische bombardementen en verwoestingen stilzwijgend goedkeuren. Israël mag met andere woorden nog even Libanon aan flarden schieten, terwijl de VS rustig nadenken over hoe de kosten te betalen. En ook hoe die te delen met Europa.

Het is duidelijk dat de Amerikaanse president, George Bush, niet weet van welk hout pijlen te maken. Zijn Midden-Oostenbeleid liep altijd al mank, zeker door de dramatische ontwikkelingen in Irak. Net door de oorlog in Irak is de geloofwaardigheid van Bush in de Arabische wereld pijlsnel gedaald. Ook de haast blinde steun van het Witte Huis voor Israël heeft het anti-Amerikanisme aangewakkerd. En tegenstanders als Hezbollah, Syrië en Iran maken handig gebruik van de situatie.

Libanon is slechts een onderdeel van het pokerspel dat het Midden-Oosten de voorbije jaren in zijn greep heeft. Het is geen toeval dat alle hoofdrolspelers - Israël, Iran, Syrië, Hezbollah en de VS - elkaar nu terugvinden op het Libanese slagveld.

Als de VS inderdaad de enige wereldmacht zijn, zoals ze steeds beweren, moet het land de moed hebben zich te engageren. Dan moet Bush zijn geloof in simpele oplossingen laten vallen. En moet hij onmiddellijk een staakt-het-vuren forceren.

Erik Ziarczyk

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud