Een goed plan

©mfn online editor import

Er ligt een ambitieus plan voor om de financiering van de kmo’s vlot te trekken. Het moet nu snel in de praktijk worden gebracht, zonder grote risico’s bij de belastingbetalers te leggen.

De Belgische grootbanken hebben in overleg met Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) een initiatief ontwikkeld dat tegemoet komt aan een grote zorg van veel kmo’s in Vlaanderen: de toegang tot langetermijnfinanciering. Het is geen wondermiddel dat de Vlaamse economie plots een geweldige nieuwe dynamiek zal geven. Het plan lost slechts een van de vele pijnpunten op. Maar elk pijnpunt dat wordt aangepakt, is een stap vooruit. Eindelijk gebeurt er eens wat. De plannen voor een fonds van 1 miljard euro waarop de kmo’s een beroep kunnen doen om hun investerings- en expansieplannen te financieren, moeten nu snel in de praktijk worden gebracht. De Vlaamse regering én de banken hebben daar baat bij. Ze kunnen zo de kritiek ontzenuwen dat ze hun verantwoordelijkheid in deze economisch moeilijke tijden niet opnemen.

De constructie die de banken hebben voorgesteld om de financiering van de kmo’s weer vlot te krijgen, zit goed in elkaar. De beslissing om een krediet toe te kennen of niet blijft bij de banken, dat is hún vak, de politiek krijgt daarin geen vinger in de pap. De banken nemen het grootste deel van het kredietrisico voor hun rekening. Zo hoort het ook. En er wordt spaargeld, afkomstig van institutionele beleggers en vermogende particulieren, in de ‘reële’ economie gepompt.

Het blijft niettemin vreemd dat de banken in dit land een zetje van de overheid nodig hebben om de rol te spelen die ze moeten spelen: de financiering van de bedrijven, groot en klein. Want een sleutelelement in het kmo-fonds is de waarborg verstrekt door de Vlaamse overheid. Waarom kunnen de banken de kredieten niet verlenen zonder dat die deels gedekt zijn door een overheidswaarborg?

Dat is een ongunstig neveneffect van de regels die de banken internationaal zijn opgelegd om ze veiliger te maken. De banken moeten grotere kapitaalbuffers aanleggen en aan strengere liquiditeitseisen voldoen. Volkomen terecht, om een herhaling van de financiële crisis te vermijden. Maar het heeft wel een prijs: de strakkere regels remmen de banken af om nog gemakkelijk langetermijnkredieten te geven aan kmo’s. Voor een regio als Vlaanderen, waar kmo’s een belangrijk deel van het industrieel weefsel uitmaken, is dat een probleem. Om die hinderpaal weg te werken, moet de Vlaamse regering met overheidsgaranties over de brug komen. De ene overheid betaalt dus om de negatieve gevolgen te bestrijden van de regels die een andere overheid uitvaardigt.

De overheidsgaranties vormen een essentieel sluitstuk in de constructie van het kmo-fonds. Maar het moet een sluitstuk blijven, de garanties mogen niet de basis zijn waarop het hele mechanisme rust. De Vlaamse regering moet de overheidsgaranties daarom zeer behoedzaam inzetten. Het mag er nooit op uitdraaien dat de risico’s in belangrijke mate op de Vlaamse belastingbetalers worden afgewenteld. De Dexia-saga heeft iedereen hopelijk voldoende duidelijk gemaakt hoe gevaarlijk overheidsgaranties kunnen zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud