Een jaar na de verkiezingen is bij de politieke partijen de laatste voorzitterswissel gebeurd. Samen met het besef dat de coronafactuur komt, kan het misschien de dingen weer in beweging zetten.

Een van de eigenaardigheden van de crisis die we meemaken, is dat ze niemands schuld is. Terwijl de financiële crisis nog een fel debat deed ontbranden over schuld en boete, ontbreekt nu die morele discussie. De schade is groter, maar er is niemand om met de vinger te wijzen.

Op de achtergrond sluimert een andere crisis die evenmin iemands schuld is, tenzij ze die van ons allemaal is: de zoektocht naar een stabiele regering. Een terugblik op de voorbije twaalf maanden leert dat de kiezers op 26 mei 2019 de puzzelstukken zo moeilijk hebben gelegd dat we nog altijd geen stabiele regering hebben. Op geen enkel moment konden de N-VA, de PS en de MR samen door de deur. En gezien hun zetelsterkte in de Kamer is dat nodig.

In beide crisissen breekt een nieuw hoofdstuk aan. Premier Sophie Wilmès zegt in een interview in deze krant terecht dat voor de relance een volwaardige regering nodig is. Ze zal keuzes moeten maken die lastig worden.

Tegelijk is met de overtuigende overwinning van Egbert Lachaert bij Open VLD de laatste voorzitterswissel doorgevoerd die na de verkiezingen van een jaar geleden op de agenda stond. Eindelijk zijn alle hoofdrolspelers voor het hoofdstuk dat na 26 mei vorig jaar moest worden geschreven op de bühne verschenen.

Als er een goede kant is aan de coronafactuur is het dat ze misschien iets in beweging zet.

De opdracht die hen wacht, is lastiger geworden. Peter Praet, de voormalige hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, merkt op dat vooral de komende twee jaren hem zorgen baren. De rekening komt op tafel. Besparen wordt moeilijk, zeker nu de zegening van een sterke sociale zekerheid duidelijk is geworden. Extra belastingen dreigen gezinnen angstig te maken, waardoor ze de vinger op de knip houden en de recessie nog vergroten.

Optimisme

Het toont de noodzaak van een sterke politieke klasse. Die moet zowel in eigen land die politieke spanningen kunnen trotseren, als op Europees niveau de spanningen tussen landen kunnen doorstaan. Daar wacht ook een grote test voor de Europese Commissie en de Europese Raad, die de komende weken knopen moeten doorhakken over een herstelplan dat die spanningen moet milderen.

In eigen land is het moeilijk optimistisch te zijn, zeker voor wie begrijpt waarom het de voorbije twaalf maanden zo moeilijk liep en zich afvraagt hoe je aan dat verhaal een nieuw hoofdstuk kan toevoegen dat anders loopt.

Toch rechtvaardigen twee elementen wat optimisme. Alle partijvoorzitters voor de komende jaren zitten nu op post, waardoor hun onderling vertrouwen kan groeien. En er is de noodzaak van het coronavirus.

België is een gestold land, maar het komt in beweging als de externe druk immens wordt. We slikten de besparingen van Dehaene omdat we bij de euro wilden. De regering-Di Rupo kwam er na 541 dagen - miljardenbesparingen en zesde staatshervorming inbegrepen - toen de rente op Belgische staatsleningen naar de gevarenzone steeg.

Als er een goede kant is aan de coronafactuur is het dat ze misschien iets in beweging zet.

Lees verder

Gesponsorde inhoud