Redacteur Politiek

Met een voorstel voor werkloosheidsuitkeringen voor wie zelf ontslag neemt, lijken de linkse regeringspartijen eerder minder mensen aan het werk te willen krijgen dan meer.

Hoe krijgen we in België tegen 2030 acht op de tien 20- tot 64-jarigen aan het werk? Het is naast de strijd tegen de coronapandemie de centrale ambitie van het federale regeerakkoord dat liberalen, socialisten, groenen en CD&V vorige zomer afsloten. Als het lukt, worden veel overheidstaken die vandaag onbetaalbaar zijn, morgen wel financierbaar.

De grote vraag is hoe de federale regering dit aanpakt. Na een eerste aanzet op een door minister van Werk Pierre-Yves Dermagne georganiseerde 'werkgelegenheidsconferentie' gaat dezer dagen onder de waterlijn de discussie voort. Ze moet uitmonden in de krijtlijnen van een arbeidsplan, dat premier Alexander De Croo (Open VLD) begin oktober in zijn beleidsverklaring kan aankondigen.

De eerste contouren bevestigen opnieuw dat de meerderheidspartijen bang zijn de kiezer voor het hoofd te stoten. De aanpak lijkt meer die van de wortel dan die van de stok. Met in de peilingen het Vlaams Belang als grootste partij in Vlaanderen en de PS in Wallonië die een tik krijgt, houdt dat politiek-strategisch steek. Economisch dreigt het een gemiste kans te worden.

Stap achteruit

Wat vooral zorgen moet baren is dat sommige voorstellen meer een stap achteruit dan vooruit lijken. Dat geldt vooral voor het linkse idee om ook wie zelf ontslag neemt een werkloosheidsuitkering te geven.

Dat idee dreigt tegen het regeerakkoord in te gaan door niet-werken aan te moedigen. Waarom zou de overheid een uitkering geven aan wie stopt met werken, terwijl er een recordaantal van 66.000 vacatures is? Wie zijn job beu is, heeft vandaag meer dan ooit kans om ergens anders te solliciteren en goede voorwaarden of zelfs een opleiding af te dwingen. Vrijwillige werkloosheid dreigt een oververhitte arbeidsmarkt nog meer op te stoken.

Als wie zelf ontslag neemt onbeperkt recht krijgt op een werkloosheidsuitkering, mogen we meteen ook de ambitie voor langer werken opbergen.

Het tweede probleem is dat de regering met zo'n maatregel via de achterdeur het brugpensioen weer zou invoeren. Als wie zelf ontslag neemt onbeperkt recht krijgt op een werkloosheidsuitkering, mogen we meteen ook de ambitie voor langer werken opbergen.

Het ultieme probleem met zo'n uitkering is dat ze ingaat tegen de filosofie van de sociale zekerheid: wie kan werken, zorgt voor wie niet kan werken. Daarom zijn er uitkeringen voor wie niet aan de slag kán gaan wegens ziekte, zwangerschap, leeftijd of ontslag. Wie wel werkt, betaalt daar de bijdrage voor. Aan al wie geen zin meer heeft om te werken onbeperkt in de tijd een uitkering geven, haalt die solidariteitsgedachte onderuit.

33 jaar

Net die gedachte verklaart waarom de werkzaamheidsgraad van 80 procent in het regeerakkoord zo cruciaal is. Een Belg werkt gemiddeld maar 33 jaar van zijn leven, wat meteen toont hoe zwaar de belastingen moeten zijn om de welvaartsstaat overeind te houden. In Nederland gaat het om 41 jaar, in Duitsland om 39 jaar.

De coronapandemie toonde het belang van een overheid die beschermt. De sociaal-economische hervorming die op tafel ligt, zou de andere kant van dat verhaal moeten belichamen: dat er maar zo'n overheid en een welvaartsstaat kunnen bestaan als we ervoor willen werken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud