Senior writer

Een vonnis brengt de fiscale regularisatie van oude kapitalen op het uniforme tarief van 40 procent. Dat is in elk geval eerlijker voor iedereen.

De Nederlandstalige rechtbank van Brussel vonniste dat het Contactpunt Regularisaties het recht heeft na te trekken of een aangifte van het kapitaal voor regularisatie correct is. Het kan daarna eventueel een correctie doorvoeren. Is de belastingplichtige het niet eens met die correctie, dan moet hij voortaan aantonen dat de omvang van het kapitaal niet juist is.

Op die manier wordt de regularisatieregeling van 2016 waterdicht gemaakt. Het uniforme tarief bedraagt nu 40 procent om zwart, oud kapitaal te regulariseren. Van 1 januari geldt het tarief van 40 procent voor alle regularisaties.

Jarenlang kon een Belgische belastingplichtige die 'vergeten' was zijn kapitaal in het buitenland aan te geven, rekenen op allerhande stelsels van fiscale amnestie, al dan niet eenmalig. De gehanteerde tarieven waren meer dan schappelijk: ergens tussen 5 en 7 procent. Voor degenen die kozen voor een regularisatie was dat een goedkope procedure om het geld te witten.

Voor de Belgische overheid was de regularisatie vooral een snel inkomen. De redenering luidde dat het vaak moeilijk was aan te tonen waar het zwart geld werd aangehouden en hoe groot het bedrag was. Fiscale procedures duren niet alleen tergend lang, de verjaring van de dossiers was ook een probleem.

Fiscale spijtoptanten hebben hun kans ruimschoots gehad. Wie onvolledig gebiecht heeft, moet niet langer rekenen op penitentie.

Al leverden die regularisaties miljarden op, het succes was relatief. Vaak werd slechts een gedeelte van het zwarte vermogen aangegeven, en de rest 'vergeten'. Dat drukte de factuur en leidde toch tot enige gemoedsrust.

De rest van het kapitaal werd, al dan niet met hulp van financiële instellingen, 'opzijgezet' in verzekeringsproducten of offshoreconstructies. Als die constructies alsnog ontdekt werden, kwamen er nieuwe rechtszaken van.

Nu is er eindelijk duidelijkheid en uniformiteit. De beslissing van de rechtbank maakt een einde aan de goedkope regulariseringen. Iedereen die nog altijd niet alles correct heeft aangegeven, loopt dus een risico.

Daarmee lijkt het hoofdstuk definitief afgesloten. Wie inging op de regularisatie heeft onmiskenbaar een fiscaal voordeel gehad op wie wel braaf zijn aangifte invulde. Uiteraard was dat vaak gunstig voor de schatkist, maar het liet toch een nare smaak na bij de andere belastingbetalers.

Juridisch is de kwestie nog niet helemaal voorbij. Beroep en Cassatie zijn nog mogelijk, en die volgen onvermijdelijk. Die procedures zullen nog jaren aanslepen. Rechtszekerheid blijft een moeilijk begrip in België.

In elk geval is de fiscale administratie nu gesterkt door een uitspraak. Omdat de meeste gevallen voor dezelfde rechtbank komen, mag een zekere consistentie in de uitspraken verwacht worden.

Fiscale spijtoptanten hebben hun kans ruimschoots gehad. Wie onvolledig gebiecht heeft, moet niet langer rekenen op penitentie.

Lees verder

Gesponsorde inhoud