Een uitgestelde crisis

Jean Vanempten

De Italiaanse regeringsvorming strandt op een presidentieel veto. Maar dat houdt een nakende crisis niet af. Nieuwe verkiezingen zullen de anti-Europese trend enkel versterken.

De Italiaanse president Sergio Mattarella bleef zijn veto gebruiken tegen Paolo Savona als toekomstige minister van Financiën. Daarop heeft de beoogde premier, Giuseppe Conte zijn functie als premier teruggeven. De anti-systeemcoalitie tussen de extreemrechtse Lega en de anti-establishmentpartij Vijfsterrenbeweging is daarmee de facto voorbij. Verkiezingen in het najaar wenken. En dan begint het opnieuw, sterker als tevoren.

Het is voor het eerst sinds 1953 dat een Italiaanse president zijn grondwettelijke prerogatieven gebruikt om een minister in een regeringsploeg te weigeren. Het geeft aan hoe uitzonderlijk de ingreep van Mattarella is. 

De aanstelling van Savona was erg omstreden. Savona is een oude rot in de monetaire politiek. Hij werkte op de Italiaanse centrale bank en was minister in het begin van de jaren negentig. Hij was altijd al een verklaard tegenstander van de euro, die hij omschreef als de 'Duitse kooi' voor Europa. De plannen van Matteo Salvini om hem als minister van Financiën aan te stellen, veroorzaakten daarom onrust, in Rome, in Brussel en in Berlijn.

Het is voor het eerst sinds 1953 dat een Italiaanse president zijn grondwettelijke prerogatieven gebruikt om een minister in een regeringsploeg te weigeren.

Het gevolg is dat de stekker uit de coalitie wordt getrokken en Italië opnieuw onbestuurbaar wordt. De volgende stap is 'een regering van de president', een zogenaamde technocratische regering. Maar die haalt nooit een meerderheid in het parlement, zodat nieuwe verkiezingen in het najaar wenken.

Op korte termijn is een krachtmeting met Europa afgewend. De technocratische regering kan de lopende zaken gaande houden, maar ook niet veel meer dan dat.

Zowel de Lega als de Vijfsterrenbeweging gaat ongetwijfeld de presidentiële ingreep uitleggen als een 'diktat' van Europa en meer bepaald van Berlijn. Dat zal in het huidige Italië zeker aanslaan. In peilingen kon de nakende regering de voorbije dagen immers rekenen op steun van 60 procent van de bevolking. 

De verkiezingen in het najaar betekenen dat de spanning in de eurozone de komende tijd niet gaat liggen. De Europese Centrale Bank mag haar aankopen van Italiaanse overheidsobligaties voortzetten om het renteverschil te beperken. Meteen is de timing van het opkoopprogramma ook onder druk gezet. Het voornemen om het in 2019 te laten uitdoven is plots niet meer zo evident.

De nieuwe Italiaanse verkiezingen in het najaar gaan de eurokritische tendens ongetwijfeld versterken.

De nieuwe Italiaanse verkiezingen in het najaar gaan de eurokritische tendens ongetwijfeld versterken. Het land snakt duidelijk naar een niet-conventionele regering en omdat die piste verhinderd is, zal de uitslag in het najaar nog eurosceptischer kleuren. 

Bovendien zet die timing nog eens de toon in Europa voor de Europese verkiezingen die in mei 2019 zullen plaatsvinden. Het gevaar is dat de huidige principiële houding van Mattarella geen onheil voorkomt, maar het enkel groter maakt.

Degenen die dachten dat de eurocrisis bedwongen was, mogen hun huiswerk opnieuw maken. De hete zomer in het zuiden van Europa is begonnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content