Eendracht en onmacht

Terwijl Koning Filip oproept om snel een federale regering te vormen, lijken de politieke partijen vooral bezorgd dat ze zich even snel kapot zullen regeren.

Nationale feestdagen komen er in vele vormen en gedaanten. Soms baden ze in de juli-zon, soms baden de toeschouwers van het défilé in een ‘drache national’. Soms baden ze in breed gedragen trots over sportprestaties, zoals met de Rode Duivels-gekte vorig jaar. Soms slaat de koning met zijn vuist op tafel tijdens zijn toespraak, zoals Koning Albert II acht jaar geleden.

De toespraak van koning Filip dit jaar hield daar ergens het midden tussen. Hij probeerde het positief te zien en wees er op dat ‘onze verscheidenheid en onze complementariteit onze kracht vormen’. ‘Misschien beseffen we dat onvoldoende, sprak hij. 'Het is onze eigenheid. We mogen er trots op zijn.’

Dat zal dan wel, maar het neemt niet weg dat die kracht aan het tanen is. De vorige regering kwam er alleen maar omdat Charles Michel bereid was te regeren tegen drie kwart van de Franstalige Belgen in. De keer daarvoor duurde het 541 dagen. De keer daarvoor 194 dagen. En niemand die er deze keer, een kleine twee maanden na de verkiezingen, klaar in ziet.

Meer zelfs: de weinige signalen die uit de Wetstraat komen, leren dat de meeste partijen nog altijd meer aan het zoeken zijn naar verscheidenheid dan naar eenheid. De PS heeft het zo moeilijk de electorale rekenkunde te aanvaarden die haar naar de MR drijft, dat PS-voorzitter Elio Di Rupo vorige week een brief naar de militanten schreef om uit te leggen waarom het niet anders kan. Ecolo denkt er zelfs niet aan met de MR te spreken.

De weinige signalen die uit de Wetstraat komen, leren dat de meeste partijen nog altijd meer aan het zoeken zijn naar verscheidenheid dan naar eenheid

CD&V heeft een twaalfkoppige werkgroep aangesteld om haar identiteit te hervinden, maar de enige publieke geluiden die ondertussen weerklinken is dat de partij een rechtsere koers zou moeten varen, verder weg van het Belgische midden.

Bij Open VLD was gisteren hetzelfde geluid te horen bij Vincent Van Quickenborne, die het water testte om in later dit jaar een voorzittersrace te stappen. En de beslissing van Sven Gatz om in Brussel wél het compromis à la belge in de regering te aanvaarden, leidde tot een halve opstand bij de Vlaamse liberalen.

Van het cdH dat voor de oppositie kiest tot de N-VA die maar niet weet hoe ze de Vlaamse regeringsgesprekken moet starten: twee maanden na de verkiezingen heeft iedereen nog altijd schrik zich straks te zullen kapot regeren. Dat is het gevoel dat, nationale feestdag of niet, deze zomer maar niet wil wijken. Niemand lijkt de ‘complementariteit’ op dit moment te vinden, laat staan de kracht er van.

Heeft de koning dan gelijk om te pleiten voor een ‘echte dialoog’, waarin je probeert de ander ‘te begrijpen in zijn overtuigingen en keuzes, zelfs als je het daar niet mee eens bent?’ Uiteraard. Het doet zelfs denken aan wat koning Albert in 2010 in zijn 21 juli-toespraak zei: dat we op zoek moeten gaan naar ‘nieuwe vormen van samenleven waarin iedereen zich goed kan voelen’.

Dat was een jaar voor hij, een nationale feestdag later, met gebalde vuist op tafel sloeg.

Lees verder

Tijd Connect