Eerst Istanboel, dan Turkije

Senior writer

'Wie Istanboel wint, wint Turkije', zei president Recep Tayyip Erdogan ooit. Erdogans partij verloor de verkiezingen in Istanboel. Een zware symbolische nederlaag.

Ekrem Imamoglu won de burgemeestersverkiezingen in Istanboel met 54 procent van de stemmen en bevestigde daarmee zijn overwinning van drie maanden eerder. Toen won de kandidaat van de centrumlinkse oppositie eveneens de strijd om het economische hart van Turkije. Maar de partij van Erdogan, de AKP, slaagde erin de verkiezingen te laten overdoen. Het resultaat bleef hetzelfde.

Gewezen premier Binali Yildirim gaf inmiddels zijn nederlaag al toe. De kans dat de AKP opnieuw deze uitslag zal aanvechten is klein. Al is die niet onbestaande.

Maar de nederlaag is vooral een zware symbolische nederlaag voor Erdogan. De Turkse president begon in 1994 aan zijn politieke opmars toen hij Istanboel veroverde en vanuit die machtsbasis uiteindelijk het hele land inpalmde, eerst als premier en later als president in een presidentieel regime waardoor zijn macht alleen maar toenam.

Imamoglu getuigt van groot politiek inzicht. Hij verklaarde dat deze verkiezingen een nieuw begin betekenen voor Istanboel maar reikte Erdogan eveneens de hand. Zoals hij bereid was om de verkiezingen over te doen, is hij nu bereid om samen te werken.

De nederlaag in Istanboel kan moeilijk onderschat worden. De grootste stad en economische motor van Turkije is letterlijk een brug tussen oost en west. En de stedelijke bevolking heeft duidelijk genoeg van de immer autoritaire Erdogan. 

De neergang van het regime van Erdogan heeft minder te maken met de harde repressiepolitiek dan wel met de barre economische situatie.

Erdogan heeft er een merkwaardig parcours op zitten. Toen hij in 2003 als premier begon, zagen velen hem nog als de man die als eerste een volwaardige democratie kon vestigen in een overwegend islamitische staat. Dat was een schril contrast met de rest van de regio. Maar gaandeweg bleek Erdogan een autocraat, een sterke leider die weinig tegenstand duldt en zijn wil oplegt.

De Turkse president regeert een verdeeld land en heeft sinds de mislukte staatsgreep in 2016 alleen maar zijn greep op het land versterkt zonder zich veel aan te trekken van de rechtsstaat of de mensenrechten.

Geopolitiek poogt Erdogan zich te handhaven door als lid van de NAVO ook opmerkelijk te flirten met Rusland als het over defensie of Syrië gaat. Tegelijkertijd ontvangt hij Europese miljarden om Syrische vluchtelingen in eigen land op te vangen.

Toch heeft de neergang van zijn regime minder te maken met de harde repressiepolitiek dan wel met de barre economische situatie. Jarenlang kon Erdogan rekenen op een stevige economische groei die hem in de brede laag van de bevolking populair maakte.

Maar die tijd hoort eveneens tot het verleden. En het economische management van de Turkse staat is dezer dagen uiterst belabberd. Het is naast het grootstedelijke verlangen naar meer persoonlijke vrijheid wellicht de economische factor die de politieke kansen voor Erdogan doen keren.

Erdogan moet daarom niet meteen worden afgeschreven. Maar zoals de president zelf weet: de Turkse macht verover je in Istanboel, het is ook in die plek aan de Bosporus dat ze verloren gaat.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud